1 H. Ambrosius van Milaan (339-397)
1.1 Literatuur.
- G.H. Kramer, Ambrosius en de geschiedenis, Amsterdam, Buijten & Schipperheijn, 1983.
- Theodoretus, Historia Ecclesiastica
1.2 Zijn leven.
Ambrosius is in 339 geboren in Trier, destijds de belangrijkste stad van N.O. Gallië, waar zijn vader, Aurelius Ambrosius, praefectus praetorio Galliarum was. Onder zijn verantwoordelijkheid vielen Frankrijk, Engeland, Spanje en Tingitana in Afrika Het was een van de vier grote praefectoraten. Ambrosius is dus afkomstig uit een aristocratisch Romeins milieu, dat reeds enige generaties Christelijk was. Hij was de jongste van drie kinderen: hij had een zus Marcellina, en een broer Uranius Satyrus.
Uit zijn jeugd weten wij enkel dat zijn moeder Marcellina zich als weduwe met haar drie kinderen in Rome gevestigd heeft, waar zij in 353 de gelofte van maagdelijkheid aflegde in handen van paus Liberius en dat de beide broers daar de sociale en intellectuele vorming van de Romeinse élite genoten.
Ambrosius beheerste het Grieks perfect hetgeen hem zeer van pas kwam. Het gebrek aan de kennis van Grieks zou voor St. Augustinus en St. Leo de Grote een zeer grote handicap zijn.
Christen-ouders vertrouwden de religieuze opvoeding van hun kinderen meestal toe aan een geestelijke. Het is niet onmogelijk dat Ambrosius dit onderwijs heeft ontvangen van de priester Simplicianus, die hem later ook als bisschop is opgevolgd.
Aangezien Ambrosius werd voorbereid op een wereldlijke (bestuurlijke) carrière, had dit godsdienstonderwijs een niet al te diepgaand karakter. In 365 was Ambrosius' opvoeding voltooid en trad hij, samen met zijn broer, in dienst bij de praefectus praetorio Anicius Probus te Sirmium. De nieuwe prefect Sextus Petronius Probus (vanaf 368) was onder de indruk van Ambrosius' capaciteiten en benoemde hem tot consularis (stadhouder) van de provincie Aemilia-Liguria (ca 370); Ambrosius vestigde zich daarop in de hoofdstad van die provincie: Milaan, de belangrijkste stad van Italië na Rome.
In 373 overleed in Milaan de Ariaanse bisschop Auxentius, die bijna twintig jaar lang de orthodoxen met ijzeren vuist vervolgd had en die geen Latijn kende. Keizer Valentinianus I resideerde op dat moment in Trier. Het gevaar dat de tegenstellingen tussen Arianen en orthodoxen tot een open strijd zouden leiden bij de bisschopskeuze, was reëel. Ambrosius voelde zich dan ook uit hoofde van zijn functie verplicht aanwezig te zijn bij de in de kathedraal te Milaan belegde verkiezingsbijeenkomst.
Toen hij daar temidden van de verhitte gemoederen enige kalmerende woorden sprak, riep plotseling iemand (een kind, volgens Paulinus): "Ambrosius bisschop!" De hele menigte vergat daarop alle onderlinge tegenstellingen en nam de kreet over. Naast een bovennatuurlijk ingrijpen was hij ook logisch gezien een perfecte kandidaat. Men kende hem als orthodox en voor de Arianen was hij acceptabel omdat hij zich steeds ver gehouden had van alle theologische controverse. Ambrosius was op die leeftijd (35 jaar) -uit een vreemd respect voor de heiligheid van het doopsel- nog slechts catechumeen, ongedoopt dus.
Toen Ambrosius merkte dat het de menigte ernst was, heeft hij geprobeerd onder de "benoeming" uit te komen - hij heeft er zelfs een vluchtpoging voor ondernomen - maar uiteindelijk berustte hij erin. De keizer gaf zijn goedkeuring. Ambrosius werd gedoopt door een katholieke bisschop en 8 dagen later op 7 december 374 bisschop gewijd. Hij geldt nog steeds als het model van een bisschop.
Zijn eerste daad was het om afstand te doen van al zijn wereldse goederen. Zijn persoonlijke eigendom gaf hij aan de armen, hij trof een voorziening voor het levensonderhoud van zijn zus. Zijn broer Satyrus stopte met zijn wereldse carrière om te zorgen voor de materiële behoeften van Ambrosius, waardoor deze hier totaal van ontlast werd.
Om zijn gebrek aan theologische vorming goed te maken wijdde hij zich aan de studie van de Schrift en de kerkvaders, met een grote voorkeur voor Origines en St. Basilius. Hij studeerde met het praktische doel voor ogen, te kunnen doceren. In het exordium van "De Officiis" klaagt hij dat hij door zijn plotse overgang van de balie naar de preekstoel tegelijk moest studeren en onderrichten. Zijn vroomheid, nuchter oordeel en sterke "sensus fidei" behoedden Hem voor dwalingen en fouten. Al gauw was zijn faam als welsprekend verkondiger van het katholieke geloof verspreid over de hele wereld. Zijn kracht als orator wordt door velen bezongen, maar met name betuigd door de bekering van beroemde en geschoolde retor Augustinus. Zijn stijl is dat hij eerder begaan is met gedachten dan met woorden. Hij was heel direct.
1.3 Zijn dagelijks leven.
De deur van zijn kamer stond altijd open en iedereen kon er binnenlopen. Hooggeplaatsten zochten advies in staatszaken, anderen kwamen biechten ... . Hij at heel sober, dineerde enkel op zaterdag, zondag, hoogfeesten en de feesten van de martelaren. Zijn lange nachtelijk waken vulde hij met gebed, het beantwoorden van een gigantische correspondentie, het neerschrijven van gedachten die hem invielen. Zijn ijver en methodisch werken verklaren hoe één man zoveel waardevolle boeken kon schrijven. Iedere dag droeg hij de H. Mis op voor zijn volk. Iedere zondag kwamen grote menigten luisteren naar zijn preek. Zijn preken waren praktisch gericht. In zijn bijbelonderricht worden alle personen te beginnen met Adam gepresenteerd als levende personages, die ieder een aparte boodschap van God voor het onderricht van de huidige generatie hebben. Hij schreef zijn preken niet op, maar hield ze ex abundantia cordis. Zijn verhandelingen over diverse onderwerpen stelde hij bijna allemaal samen uit de nota's die anderen van zijn preken hadden genomen.
1.4 Ambrosius en de Arianen.
Zelden, of nooit was een bisschop zo algemeen geliefd als Ambrosius. Zijn populariteit tezamen met zijn ongehoorde durf was het geheim van zijn succes in de strijd tegen het Arianisme.
De ariaanse keizerin Justina (ca340-+388), tweede vrouw van Valentinianus I, en haar adviseurs wilden hem vaker door moord of ballingschap het zwijgen opleggen, maar zij vreesden het volk. Hij was onverzettelijk als het aankwam om de rechten van de kerk tegen de wereldse macht.
Keizer Valentinianus stierf plots in 375. Hij werd opgevolgd door zijn broer Valens in het Oosten en zijn oudste zoon Gratianus had de leiding in het Westen van de provincies waar Ambrosius zelf de scepter gezwaaid had. Het leger greep de macht en de 4-jarige zoon van Valentinianus, zoon van Justina, werd tot keizer uitgeroepen. Gratianus, haar stiefzoon, gaf toe. Justina bleek echter een crypto-ariaan te zijn en onder invloed van de Goten aan haar hof maakte ze bekend haar zoon in die godsdienst op te zullen voeden en te proberen om het Westen te arianiseren. Hierdoor kwam zijn in aanvaring met Ambrosius, die de laatste Arianen uit zijn bisdom had weten te verdrijven. Het arianisme had overigens nooit veel aanhang gehad onder het gewone volk. Als steun voor Valens en tegen het Arianisme schreef hij "De Fide ad Gratianum Augustum".
Het eerste conflict tussen Ambrosius en de keizerin was bij gelegenheid van een bisschopskeuze in Sirmium, hoofdstad van Illyricum, en residentie van Justina. Ondanks haar pogingen kon Ambrosius een katholieke kandidaat doordrukken. Op het concilie van Aquilea, (381), dat hij voorzat kon hij de laatste twee ariaanse bisschoppen in het westen afzetten Palladius en Secundianus, beide uit Illyrië.
De verbeten strijd tussen Ambrosius en de keizerin in 385-386 is prachtig beschreven door Newman in zijn Historical Sketches 2. De kwestie ging over het geven van één van de basilieken aan de Arianen, opdat zij daar hun eredienst zouden kunnen vieren. Ambrosius' onverschrokkenheid, leiderschap en bezonnenheid vallen op. Immers op sommige momenten van het conflict was één woord van hem voldoende geweest om de keizerin en haar zoon van de troon te stoten. Ambrosius moest omwille van zijn veiligheid zijn toevlucht zoeken in de kerk, waar hij door de menigte gelovigen bewaakt werd. Dit had een onverwacht effect. Het zorgde voor een snelle ontwikkeling van het kerkelijk gezang. Ambrosius hield het volk o.a. bezig met het zingen van hymnen die hijzelf componeerde. Uiteindelijk gaf de troon toe en deed men uiteindelijk zelfs een beroep op hem om de in gevaar gebrachte troon te redden.
Hij werd als gezant gezonden naar de usurpator Maximus (383-388) die in 383 Gratianus verslagen had. Door bemiddeling van Ambrosius kwam er een overeenkomst tussen Maximus en Theodosius, deze laatste was door Gratianus aangesteld als heerser over het Oosten. De overeenkomst bestond erin dat Maximus tevreden moest zijn met zijn huidige bezittingen en het territorium van Valentinianus II (375-392) moest respecteren. Drie jaar later trok Maximus over de Alpen. Hij was Ambrosius niet goed gezind. Hij werd echter in 388 verslagen door Theodosius naar wie Valentinianus II en zijn moeder gevlucht waren. Na de dood van Justina zwoer Valentinianus op advies van Theodosius het arianisme af en stelde zich onder de leiding van Ambrosius die zijn vriend werd. Het was tijdens het lange verblijf van Theodosius in het westen dat een van de merkwaardigste gebeurtenissen uit de kerkgeschiedenis plaatsvonden. De bisschop legde aan de keizer een publieke boete op. Het verhaal hierover is het volgende. Toen in Milaan het bericht binnenliep dat opstandelingen uit Thessalonica een aantal keizerlijk vertegenwoordigers gedood hadden deed Ambrosius met andere bisschoppen een beroep op de keizer om clement te zijn. Toch liet de keizer korte tijd later 7000 burgers van die stad in een massamoord ombrengen. Ambrosius trok zich, een ziekte voorwendend, terug op het platte land om de bloeddorstige keizer te kunnen ontlopen en in zijn aanwezigheid geen H. Mis te hoeven opdragen. Hij schreef hem een persoonlijke brief, waarin hij de keizer opriep om zijn misdaad goed te maken en boete te doen. Theodosius deed dit. Hij berouwde zijn zonde in de kerk, waarbij hij alle keizerlijk waardigheidstekenen aflegde. Heel zijn leven rouwde hij om zijn daad.
1.5 Het levenseinde van Ambrosius.
In mei 393 werd zijn jonge beschermeling Valentinianus II in Gallië vermoord, net toen Ambrosius de Alpen overstak om hem te gaan dopen. De usurpator Eugenius, die dit deed, was een heiden en wilde ook het heidendom terugbrengen. Hij heropende de heidense tempels en beval het fameuze altaar van de Victoria (de Overwinning) in de Romeinse senaat te plaatsen. Dit was de aanleiding voor een lange literaire strijd tussen Ambrosius en Symmachus, stadhouder van Rome, (deze laatste zorgde ervoor dat Augustinus een officiële benoeming als retor in Milaan kreeg). In de lente van 394 kon Theodosius die zijn troepen naar het westen verplaatste hem verslaan. Dit was ook het definitieve einde van het klassieke heidendom. Korte tijd na deze overwinning stierf Theodosius (januari 395) met Ambrosius aan zijn bed. Ambrosius en hij waren vrienden geworden.
Op 4 april 397 ging ook Ambrosius heen uit deze wereld. Hij werd begraven in zijn basiliek naast de heilige martelaren Gervasius and Protasius van wie hij de relieken ontdekt had tijdens de strijd met Justina. In 835 werden de relieken van alle drie in een porfieren sarcofaag onder het altaar gelegd door bisschop Angilbert II. Daar werden ze teruggevonden in 1864.
1.6 De werken van St. Ambrosius.
Ambrosius is kerkleraar en kerkvader, die veel geschreven heeft. Samen met Augustinus, paus Gregorius en St. Hiëronymus wordt hij tot de vier grote westerse kerkvaders gerekend. Hij gebruikte m.n. graag exempla, voorbeelden uit het O.T. of uit de mythologie.
De meeste van zijn werken zijn preken, commentaren op het O.T. en het N.T., die door zijn toehoorders opgeschreven werden. Hij is helder, sober, praktisch en probeert altijd zijn toehoorders te brengen tot het navolgen van de principes en argumenten die hij uitlegt.
Zonder hier verder in details te gaan kunnen we zijn werken in vier groepen indelen: exegetische, dogmatische, ascetische (moraal) werken en gelegenheidspreken. Er zijn ook nogal wat werken verkeerdelijk aan hem toegeschreven.
Van de hymnen die hij componeerde zijn de volgende allicht de bekendste:
- Deus Creator Omnium
- Aeterne rerum conditor
- Jam surgit hora tertia
- Jam Christus astra ascenderat
- Veni redemptor gentium
1.6.1 Een lijst van zijn werken
- Hexameron
- De paradiso
- De Cain
- De Noe
- De Abraham
- De Isaac
- De bono mortis
- De Iacob
- De Ioseph
- De patriarchis
- De fuga saeculi
- De interpellatione Iob et David
- De apologia prophetae David
- De Helia
- De Nabuthae
- De Tobia
- Expositio evangelii secundum Lucam
- Expositio de psalmo CXVIII
- Explanatio super psalmos XII
- Explanatio symboli
- De sacramentis
- De mysteriis
- De paenitentia
- De excessu fratris Satyri
- De obitu Valentiniani
- De obitu Theodosii
- De fide ad Gratianum Augustum
- De spiritu sancto
- De incarnationis dominicae sacramento
- Epistulae et acta
|