Ireneüs van Lyon, Enkele teksten

Uit Theowiki

1 Adversus Haereses boek 1, h. 10 (ook 1,2,1,9)

1.1 De eenheid van het geloof van de Kerk in heel de wereld.

1. De Kerk, ook al is ze verspreid over de hele wereld, tot aan de uiteinden der aarde, heeft van de apostelen en hun leerlingen het geloof ontvangen in de éne God, de Almachtige Vader, Schepper van hemel, aarde en zee, en van alle dingen die erin zijn;[1] en in één Christus Jezus, de Zoon van God, die mens werd voor onze redding;[2] en in de Heilige Geest, die door de profeten de beschikkingen van God verkondigde, en de komst van de geliefde[3] Christus Jezus, onze Heer; en zijn geboorte uit een maagd, het lijden en de verrijzenis uit de dood, en zijn opstijgen naar de hemel in het vlees, en Zijn komende verschijning uit de hemel in de heerlijkheid van de Vader[4] "om alle dingen onder één hoofd te brengen"[5] en om alle vlees van het hele menselijke ras te doen opstaan, opdat voor Christus Jezus, onze Heer, God, Redder en Koning, volgens het welgevallen[6] van de onzichtbare[7] Vader, "iedere knie zal buigen, in de hemel en op aarde, en onder de aarde en dat iedere tong zich zal belijden" tot Hem,[8] en om een rechtvaardig oordeel over allen te vellen; en om de "boze geesten",[9] de engelen die gezondigd hebben en afvallig werden, samen met de goddelozen, de onrechtvaardigen, wettelozen en lasteraars onder de mensen in het eeuwig vuur te werpen.[10] Maar ook om in de uitoefening van Zijn genade, onsterfelijkheid te geven aan de rechtvaardigen, de heiligen en aan hen die zijn geboden onderhouden hebben,[11] en die volhard hebben in Zijn liefde,[12] sommigen van begin af aan[13] (van hun christelijk leven), anderen vanaf (de dag van) hun berouw, en om hen te omringen met eeuwige heerlijkheid.[14] 2. Zoals ik al opgemerkt heb, bewaart de Kerk, die deze prediking en dit geloof ontvangen heeft, ondanks het feit dat zij verspreid is over de hele wereld, dit zo zorgvuldig, alsof zij in één huis woonde. Zij gelooft ook deze punten (van de geloofsleer), alsof zij slechts één ziel heeft, en één hart,[15] en zij verkondigt ze, zij leert ze, en geeft ze verder in volmaakte harmonie, alsof zij ze in één mond bezat.
Want, ook al zijn de talen van de wereld verschillend, toch is het belang van de traditie een en hetzelfde.[16] Want de kerken die gesticht zijn in Germanië geloven of leveren niets anders over dan de kerken in Iberië of Gallië, of dan die in het Oosten, of in Egypte of in Lybië, of dan die in het centrum van de wereld.[17] Maar zoals de zon, dat schepsel van God, één en dezelfde is in de hele wereld, zo schijnt ook het licht[18] van de prediking van de waarheid overal en verlicht alle mensen[19] die tot de kennis van de waarheid willen komen.[20] Zo zal ook geen van de leiders van de kerken, hoezeer hij ook begiftigd mag zijn met de gave van welsprekendheid, afwijkende leerstukken leren, immers "niemand staat boven de Meester";[21] evenmin zal hij die niet over de macht van het woord beschikt afbreuk doen aan de traditie. Want het geloof is altijd één en hetzelfde. Zo zal iemand die in staat is om het zeer goed uit te leggen er niets aan toevoegen en iemand die maar weinig kan zeggen er niets aan afdoen.[22] 3. Het is niet zo, dat omdat sommige mensen over een grotere of minder grote mate van intelligentie beschikken, zij daarom het onderwerp [van het geloof] zelf zouden veranderen, of dat zij een andere God zouden plaatsen naast Hem die de Schepper (δημιουργος), Maker en Instandhouder van het heelal is (alsof Hij niet voldoende voor hen zou zijn), of een andere Christus, of een andere Eniggeborene. Wat ik bedoel is eenvoudigweg dat de een (beter dan de ander) de betekenis van de dingen die besproken zijn in parabels kan uitleggen en toepassen op het algemene schema van het geloof en beter de werking en beschikking van God wat betreft de redding van de mens kan verklaren, en tonen dat God lange tijd geduldig was tegenover de afval van de opstandige engelen en ook tegenover de ongehoorzaamheid van de mens, en uitleggen waarom dezelfde God sommige dingen tijdelijk en andere eeuwig gemaakt heeft, sommige hemels en andere aards; en verstaan waarom de onzichtbare God, zichzelf aan de profeten heeft meegedeeld onder een andere vorm, maar verschillend aan verschillende individuen; en tonen waarom er meer dan een verbond aan de mensheid gegeven werd; en leren wat het bijzondere kenmerk van ieder van deze verbonden was; en zoeken waarom "God die iedere man opsloot in ongehoorzaamheid", toch "medelijden met allen had";[23] en dankbaar zeggen waarom het "Woord van God vlees geworden is"[24] en geleden heeft; en vertellen waarom de komst van de Zoon van God plaatsvond in de laatste tijden, dat wil zeggen, eerder aan het eind, dan bij het begin van de wereld; en uitwerken wat besloten ligt in de Schriften, over het einde zelf, over de toekomstige dingen, en niet te zwijgen over waarom God de heidenen geschapen heeft, die geen hoop op redding hadden, nu mede-erfgenamen, van hetzelfde lichaam, en deelgenoten van de heiligen[25] en bespreken hoe het kan dat "dit sterfelijk lichaam bekleed zal worden met onsterfelijkheid, en dit vergankelijke bekleed zal worden met onvergankelijkheid"[26] en verkondigen in welke zin God zegt: "Dat wat eerst geen volk was, nu een volk is; en dat zij bemind wordt die eerst niet werd bemind"[27] en in welk zin Hij zegt dat "zij die verlaten was had meer kinderen dan zij die een man bezat".[28]
Want over deze dingen, en andere van gelijke strekking, roept de apostel uit: "O, diepte van de rijkdommen zowel van de wijsheid als van de kennis van God, hoe onnaspeurbaar zijn Zijn oordelen, en Zijn wegen uit het verleden te doorgronden!"[29]
... de katholieke Kerk bezit hetzelfde geloof over de hele wereld, zoals wij reeds gezegd hebben.

2 Adversus Haereses, boek II

2.1 Over de traditie

Want de meester van alles heeft aan zijn apostelen de macht gegeven om het evangelie te verkondigen. En het is door hen dat wij de waarheid kennen, dit is het onderricht van de Zoon van God. tot hen heeft de Heer gezegd: "wie naar u luister, luister naar Mij; en wie u verstoot, verstoot Mij. Wie Mij verstoot, verstoot Hem die Mij gezonden heeft." (Lc. 10,16). 1. Want we hebben de "economie" van ons heil niet leren kennen door anderen dan door hen die ons het evangelie gebracht hebben. Dit evangelie hebben ze eerst gepreekt. Vervolgens hebben ze het door de wil van God aan ons overgeleverd in de Schriften opdat het de "pijler en grondslag" (1 Tim. 3,15) van ons geloof zou worden. Men kan niet zeggen dat ze gepreekt hebben vooraleer ze de "volmaakte kennis" hebben ontvangen, zoals sommigen durven te zeggen, die er prat op gaan verbeteraars van de apostelen te zijn. Want nadat onze Heer verrezen is uit de doden en zij "met de kracht uit den hoge door de plotse komst van de H. Geest" (Lc. 24,49; Hand. 1,18) werden bekleed, werden ze vervuld met alle gaven en hadden ze de "volmaakte kennis" (Hand. 2,4) Vervolgens gingen ze uit "tot aan de uiteinden der aarde" (Hand. 1,8), terwijl ze het "goede nieuws" verkondigden (Jes. 52,7; Rom. 10,15) dat God ons zendt en de hemelse "vrede aan de mensen" aankondigden (Lc. 2,14); zij die allen op gelijke wijze en ieder individueel het evangelie van God bezaten.

Matteüs bracht ook een geschreven evangelie in omloop onder de Hebreeën, in hun eigen dialect, terwijl Petrus en Paulus preekten in Rome en de fundering van de Kerk legden. Na hun overlijden reikte ook Marcus, de leerling en tolk van Petrus, ons op schrift aan wat Petrus gepreekt had. Ook Lucas, de gezel van Paulus, schreef het evangelie dat hij (Paulus) gepreekt had in een boek. Later schreef Johannes, de leerling van de Heer, die tegen Zijn borst geleund had, zelf een Evangelie tijdens zijn verblijf in Efeze.*2. Dezen leren ons allemaal dat er één God is, schepper van hemel en aarde, aangekondigd door de wet en de profeten, en één Christus, de Zoon van God. Als iemand deze waarheden niet aanneemt, dan veracht hij de gezellen van de Heer; ja, meer, Hij veracht Christus de Heer zelf. Ja, hij veracht ook de Vader, en heeft zichzelf veroordeeld, omdat hij zijn eigen heil afwijst en weerstaat, zoals het geval is met alle heretici.

2.2 Hoofdstuk 2: De heretici volgen noch Schrift, noch Traditie.

1. Want als zij vanuit de Schriften weerlegd worden, dan beschuldigen zij dezelfde Schriften: de teksten zijn corrupt, zij zijn apocrief. (Zij beweren dan dat) zij dubbelzinnig zijn en dat de waarheid er niet uitgehaald kan worden door hen die de traditie niet kennen. Want zij beweren dat de waarheid niet via geschreven documenten, maar viva voce wordt verdergegeven. Daarom zou Paulus gezegd hebben: "Toch spreken wij onder de volmaakten over wijsheid, maar dat is niet de wijsheid van deze wereld" (1 Kor. 2,6). En van deze wijsheid beweert ieder van hen dat zij ze zelf hebben gevonden, dat wil zeggen als vrucht van hun verbeelding. Zodanig dat zij het niet vreemd vinden dat de waarheid nu eens in Valentinus, dan in Marcion, dan weer in Cerinthus, daarna in Basilides, of in onverschillig welke tegenstander die niets kon zeggen over onze redding gevonden wordt. Want ieder van hen heeft een perverse instelling, zij vervalsen de regel van de waarheid en zijn niet beschaamd "om zichzelf te verkondigen" (vgl. 2 Kor. 4,5). 2. Wij beroepen ons opnieuw op de traditie die komt van de apostelen (ab apostolis) en die bewaard wordt in de kerk door de "successies" van de priesters. Zij echter (de gnostici) verzetten zich tegen de traditie, zeggend dat ze wijzer zijn, niet alleen dan de priesters, maar ook dan de apostelen, want zij hebben de onvermengde waarheid gevonden. Want zij stellen dat de apostelen dingen van de wet gemengd hebben met de woorden van de Heer; en dat niet alleen de apostelen, maar ook de Heer zelf, soms sprak over de Demiurg, of over de "tussenpersoon"[30] en ook over de Pleroma (volheid van de tijd), maar dat zijzelf, zonder twijfel, zonder fout en zuiver kennis hebben van het geheime mysterie. Dit is uiteraard een lastering van hun Schepper op een schaamteloze wijze. Het komt dus hierop neer dat deze mensen, noch de Schrift, noch de traditie volgen.*3. Dit zijn de tegenstanders die wij moeten bestrijden, mijn beste vriend. Zij proberen als gladde slangen langs alle kanten te ontsnappen. Daarom moeten wij hen op alle punten weerstand bieden, zodat we misschien bij toeval door al hun ontsnappingswegen te blokkeren erin slagen om hen te doen terugkeren tot de waarheid. Want, ook al is het niet gemakkelijk voor een ziel die onder de invloed van de dwaling staat om tot inkeer te komen, toch is het aan de andere kant, niet helemaal onmogelijk om aan de dwaling te ontsnappen als men de waarheid ervoor plaatst

2.3 Hoofdstuk III. Een weerlegging van de heretici, vanuit het feit dat er in de verschillende kerken een ononderbroken opvolging van bisschoppen is.

1. Iedereen die wil kan in iedere Kerk duidelijk de traditie van de apostelen vinden die in de hele wereld wordt getoond. Wij kunnen hen opnoemen die door de apostelen als bisschoppen werden aangesteld in de Kerken en de opvolgingen van deze mannen tot in onze eigen tijden geven. Zij hebben nooit dingen gedacht of beweerd zoals die welke de heretici rondbrallen.
Want als de apostelen geheime mysteries gekend zouden hebben, die zij apart en los van de rest aan de "volmaakten" gegeven zouden hebben, dan zouden zij ze toch zeker meegedeeld hebben aan hen aan wie zij de Kerken zelf toevertrouwen. Want zij verlangden dat deze mannen echt volmaakt[31] en zonder blaam[32] zouden zijn in alle dingen. Zij lieten hen immers achter als hun opvolgers, en gaven hun leidersplaats aan deze mannen, die als zij hun functies goed uitoefenden een grote weldaad (voor de Kerk) zouden zijn, maar als zij zouden afvallen, de ergste ramp.

2. Omdat het vervelend zou zijn om in een werk als dit alle opvolgingen in alle kerken op te sommen, daarom nemen wij de traditie die stamt van de apostelen, van de zeer grote, zeer oude en algemeen bekende Kerk die te Rome georganiseerd werd door de twee beroemdste apostelen: Petrus en Paulus. Wij tonen dat de traditie die zij van de apostelen ontving en "het geloof dat zij verkondigd heeft"[33] tot ons gekomen zijn door de opvolgingen van de bisschoppen. Dit zal zijn ter verwarring van allen die op welke manier dan ook, zij het door egoïsme, door ijdele glorie, blindheid of vals oordeel, onwettige groepen vormen.
Want het is noodzakelijk dat iedere Kerk het eens is met deze Kerk, omwille van haar allerkrachtigste gezag vanwege haar stichting, dit wil zeggen alle gelovigen van waar ze ook komen. Het is deze Kerk waarin altijd, door hen die komen van overal, de traditie die komt van de apostelen bewaard gebleven is.

3. De gezegende apostelen hebben nadat zij de Kerk gesticht en opgebouwd hebben de opdracht van het bisschopsambt gelegd in de handen van Linus. Paulus spreekt over deze Linus in de brieven aan Timotheüs. (2 Tim. 4,21) Hij werd opgevolgd door Anacletus, en na hem, op de derde plaats na de apostelen, werd Clemens tot bisschop gekozen. Van deze man, die de gezegende apostelen nog gezien heeft en met het gesproken heeft, kan gezegd worden dat de prediking van de apostelen nog in zijn oren klonk en dat hij hun traditie nog voor ogen had. Ook was hij hierin niet alleen, want er waren nog velen in leven in zijn tijd die onderricht van de apostelen gehad hadden. In de tijd van Clemens vond er een niet zo klein conflict plaats onder de broeders in Korinte. De Kerk van Rome stuurde toen een krachtige brief naar de Korintiërs, waarin zij werden aangespoord tot vrede, hun geloof te hernieuwen en waarin de traditie verklaard werd die deze gemeente ontvangen had van de apostelen, waarin beleden werd: de ene God, almachtig, Schepper van hemel en aarde, de Vormer van de mens, die de zondvloed stuurde, die Abraham riep, die het volk uit het land van Egypte wegleidde, die sprak met Mozes, de wet afkondigde, de profeten zond, en die het vuur voor de duivel en zijn engelen heeft voorbereid.
Uit dit document, kan ieder die dat wil, leren dat Hij, de Vader van onze Heer Jezus Christus, verkondigd werd door de Kerken, en kan hij ook de apostolische traditie begrijpen. Immers deze brief is ouder dan de mannen die nu valsheid verkondigen en die spreken over het bestaan van een andere god boven de demiurg, boven de Schepper en Maker van al wat bestaat.
Clemens werd opgevolgd door Evaristus. Alexander volgde op Evaristus; dan, als zesde na de apostelen werd Sixtus aangesteld. Na hem kwam Telephorus die op verheerlijkte wijze gemarteld werd; dan Hyginus. Na hem Pius; en na hem Anicetus. Sorer volgde Anicetus op en nu houdt Eleutherius, als twaalfde na de apostelen, de erfenis van het bisschopsambt. In deze volgorde en via deze opvolging is de kerkelijke traditie van de apostelen en de prediking van de waarheid tot ons gekomen. En dit is het meest overtuigende bewijs dat er één en hetzelfde levengevend geloof is, dat in de Kerk bewaard is vanaf de apostelen tot op heden en dat in waarheid is verder gegeven. 4. Ook Polycarpus was niet alleen een leerling van de apostelen, die sprak met velen die Christus gezien hadden, hij werd ook, door de apostelen aangesteld tot bisschop van de Kerk van Smyrna in Asia. Ik heb hem ook in mijn jonge jaren gezien. Want hij verbleef een heel lange tijd op aarde en onderging op zeer hoge leeftijd op een glorievolle en edele manier de marteldood. Hij stierf nadat hij altijd de dingen geleerd had die hij van de apostelen geleerd had en die de Kerk verder geeft en die alleen waar zijn. Van dit alles zijn de kerken uit Asia getuigen, net zoals die mannen die Polycarpus zijn opgevolgd tot in onze dagen. Hij was een man met een groter gewicht en een betrouwbaardere getuige van de waarheid dan Valentinus en Marcion en de rest van de heretici. Hij was het, die in de tijd van Anicetus naar Rome kwam, en velen ertoe bracht zich af te keren van de eerder genoemde heretici en zich te bekeren tot de Kerk van God. Hij verkondigde dat hij deze ene en enige waarheid van de apostelen ontvangen had, nl. die welke door de Kerk wordt overgeleverd. Er zijn ook mensen die van hem gehoord hebben dat Johannes, de leerling van de Heer, toen hij een bad wilde nemen in Efeze en Cerinthus in het badhuis zag, naar buiten rende zonder te baden en uitriep: "Laat ons vluchten uit vrees dat het badhuis zal instorten, want Cerinthus, de vijand van de waarheid is binnen." En toen Marcion Polycarpus op een dag vroeg: "Kent U mij?" antwoordde deze: "Ik ken jou, de eerstgeborene van Satan!"
De apostelen en hun leerlingen bewezen hun waakzaamheid door het feit dat zij zelfs niet met woorden wilden communiceren met een van deze mensen die de waarheid geweld aandeden. Zoals Paulus al zei: "Een ketter moet ge na een eerste en een tweede waarschuwing afwijzen. Ge kunt er zeker van zijn dat zo iemand op de verkeerde weg is en met zijn zonde zichzelf veroordeelt." (Tit. 3,10)
We hebben ook de heel krachtige brief van Polycarpus aan de Filippenzen, waaruit zij die dat willen en die bezorgd zijn voor hun redding, de aard van het geloof kunnen leren en de prediking van de waarheid.

Ook de Kerk van Efeze, die gesticht werd door Paulus en waar Johannes permanent verbleef tot in de tijd van Trajanus, is een ware getuige van de traditie van de apostelen.

2.4 Hoofdstuk IV. De waarheid vindt men enkel in de katholieke Kerk, de enige schatkamer van de apostolische leer. Heresieën zijn van recente datum en kunnen hun oorsprong niet terugvoeren op de apostelen.

1. Het is niet nodig om de waarheid, die wij zomaar van de Kerk ontvangen, bij anderen te gaan zoeken, omdat de apostelen, in haar zoals in een rijke voorraadkamer alle dingen die tot de waarheid behoren hebben samengebracht, opdat iedereen, die wil, van haar het levenswater kan ontvangen.[34] Want zij is de toegang tot het leven, al de anderen zijn dieven en rovers.[35] Dit is de reden waarom wij hen moeten vermijden,[36] en wij de dingen die tot de Kerk horen met de grootst mogelijke ijver moeten kiezen en ons moeten vasthouden aan de traditie van de waarheid. Want wat is het geval? Veronderstel dat er onder ons een meningsverschil ontstaat over een belangrijke vraag, moeten wij dan niet teruggaan naar de oudste kerken, die contact met de apostelen onderhouden hebben, en van hen leren wat zeker en duidelijk is aangaande onze huidige vraag? Want hoe zou het zijn als de apostelen zelf geen geschriften hadden achtergelaten? Was het in dat geval niet nodig om de loop van de traditie te volgen, die zij hebben overgeleverd aan degenen aan wie zij de kerken toevertrouwd hebben?

2. Vele volkeren van de Barbaren die in Christus geloven hebben zich aangesloten bij deze ordening. Zonder papier of inkt[37] hebben zijn hun heil door de Geest in hun hart geschreven.[38] Zij bewaren zorgvuldig de oude traditie, zij geloven in één God, de Schepper van hemel en aarde en van alle dingen die er in zijn,[39] door Christus Jezus de Zoon van God, die omwille van zijn overlopende liefde[40] voor Zijn schepping, neerdaalde om geboren te worden uit een maagd. Zo heeft Hij de mens door Zichzelf met God verenigd, en nadat hij onder Pontius Pilatus geleden had, en verrezen was, en in de heerlijkheid was opgenomen,[41] zal hij wederkeren in heerlijkheid, de Redder van allen die gered worden, en de Rechter van hen die geoordeeld zullen worden, en Hij zal hen in het eeuwig vuur[42] sturen die de waarheid verdraaid hebben en die Zijn Vader en Zijn komst haten.

Zij die in afwezigheid van geschreven documenten dit geloof beleden hebben, zijn van ons uit gezien Barbaren wat hun taal betreft, maar wat hun instelling, hun gebruiken en levenswijze betreft, zijn zij, omwille van hun geloof, zeer wijs; en zij behagen aan God, omdat zij in pure gerechtigheid, zuiverheid en wijsheid leven. Als iemand hen, in hun eigen taal de uitvindingen van de heretici zou verkondigen, dan zouden zij zich ogenblikkelijk de oren dichtstoppen, en indien mogelijk wegvluchten omdat zij niet zouden willen luisteren naar deze lasterlijke woorden. Zo staan zij, omwille van de oude traditie van de apostelen, niet toe om iets van de monsterlijke taal van deze leraren te aanvaarden; leraren die noch de Kerk, noch de leer ervan ontvangen hebben.
3. .......

2.5 Hoofdstuk V. Christus en Zijn apostelen hebben zonder bedrog, misleiding of hypocrisie de éne God, de Vader, de schepper van alle dingen verkondigd. Zij hebben hun leer niet aangepast aan de wensen van hun toehoorders.

  • 1. Omdat de traditie van de apostelen in de Kerk bestaat en onder ons aanwezig is, laten we daarom terugkeren naar het schriftbewijs dat de apostelen die het Evangelie geschreven hebben ons leveren. Zij leren daarin de leer over God. Zij tonen aan dat onze Heer Jezus Christus de Waarheid is (Joh. 14,6) en dat er in Hem geen leugen is. Zoals ook David zegt als hij Zijn geboorte uit een maagd voorspelt en Zijn verrijzenis uit de doden. "De waarheid is uit de aarde ontsproten" (Ps. 84,12). De apostelen, zijn op dezelfde manier, als leerlingen van de waarheid verheven boven alle leugen. Want een leugen gaat niet samen met de waarheid, net zoals duisternis niet samengaat met licht (2 Kor. 6,14), immers de aanwezigheid van de een sluit de ander buiten. Daarom sprak onze Heer, die de Waarheid is (Joh. 6,14), geen leugens ..

3 Voetnoten

  1. Ex. 20,11; Ps. 146,6; Hand. 4,24; 14,15.
  2. Joh. 1,14.
  3. Ef. 1,6.
  4. Mc. 8,38 par.
  5. Ef. 1,10.
  6. Ef. 1,9.
  7. vlg. Kol. 1,15.
  8. Fil. 2,10-11; Jes. 45,23.
  9. Ef. 6,12.
  10. vgl. Mt. 18,8; 25,41.
  11. Joh. 14,15.
  12. Joh. 15,10.
  13. vgl. Joh. 15,27.
  14. 2 Tim. 2,10; 1 Petr. 5,10.
  15. Hand. 4,32.
  16. Vgl. 2 Tim. 2,2 en 1 Thes. 2,15: het belang van trouw bewaren.
  17. Hiermee bedoelt hij Palestina. Jeruzalem werd immers als middelpunt van de wereld gezien.
  18. Vgl. Joh. 1,5.
  19. Vgl. Joh. 1,9.
  20. Vgl. 1 Tim. 2,4.
  21. Mt. 10,24.
  22. Vgl. 2 Kor. 8,15; Ex. 16,17v.
  23. Rom. 11,32.
  24. Joh. 1,14.
  25. Ef. 3,6.
  26. Vgl. 1 Kor. 15,54.
  27. Vgl. Hos. 2,25; Rom. 9,25.
  28. Gal. 4,7; Jes. 54,1.
  29. Rom. 11,33.
  30. Dit is de "uitwendige wijsheid" tussen de Demiurg en de Volheid (Pleroma). Dit heeft te maken met hun leer van emanaties die uit de godheid voortvloeien. Het zou hier te ver voeren om dit complexe geloof van het gnosticisme uiteen te zetten. Hiervoor zie Sources Chrétiennes, nr. 34, p. 50v.
  31. 2 Tim. 2,2.
  32. 1 Tim. 3,2; Tit. 1,6-7.
  33. Rom. 1,8.
  34. Vgl. Ap. 22,17.
  35. Vgl. Joh. 10,8.
  36. Vgl. Tit. 3,10.
  37. Vgl. 2. Joh. 12.
  38. vgl. 2 Kor. 3,3.
  39. Hier citeert hij een kort stuk uit de geloofsbelijdenis, vgl. ook I,101; IV,33,7; V,20,1. Vgl. ook Ex. 20,11; Ps. 145,6; Hand. 4,24; 14,15.
  40. Vgl. Ef. 3,19.
  41. Vgl. 1 Tim. 3,16.
  42. Vgl. Mt. 25,41.