Johannes Marcus was de metgezel van apostel Paulus en Barnabas. Opvallend is de samenstelling van zijn naam: Johannes is een Joodse naam, Marcus een Romeinse. Volgens de overlevering was hij de schrijver van het Evangelie volgens Marcus.
In de Handelingen.
In de Handelingen vinden wij Johannes Marcus:
|
12,12
|
"Toen hem (=Petrus) dit duidelijk was geworden, begaf hij zich naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, ook Marcus genoemd, waar velen in gebed verenigd waren."
|
Hij is de gezel van Barnabas en Paulus op hun eerste missiereis:
|
12,25
|
"Barnabas en Saulus keerden terug na hun dienstwerk in Jeruzalem volbracht te hebben en namen Johannes, die ook Marcus genoemd werd, mee.
|
13,4-5
|
"Aldus door de heilige Geest uitgezonden, gingen zij naar Seleucië en voeren vandaar naar Cyprus. Zij kwamen aan in Salamis en predikten er het woord Gods in de synagogen van de Joden. Ze hadden ook Johannes bij zich om hen te helpen."
|
13,13
|
"Het gezelschap van Paulus voer nu weg uit Pafos en begaf zich naar Perge in Pamfylië; daar scheidde Johannes zich van hen af en keerde naar Jeruzalem terug."
|
In Perge scheidt Johannes (-Marcus) zich van Paulus af. Op een volgende reis is er onenighehid tussen Paulus en Barnabas over het meenemen van Johannes Marcus, waardoor zij zelfs ieder een andere reisroute nemen.
|
15,37-39
|
"Nu wilde Barnabas ook Johannes, bijgenaamd Marcus, meenemen, maar Paulus vond het beter iemand die hen in Pamfylië in de steek had gelaten en zich niet met hen aan het werk gewijd had, niet meer mee te nemen. Het meningsverschil liep zo hoog, dat ze uit elkaar gingen en Barnabas samen met Marcus scheepging naar Cyprus."
|
In de traditie.
Sommige tradities denken dat waar sprake is enkel van Marcus in een aantal andere teksten in het N.T. dat het daar gaat over Johannes Marcus.
De teksten:
- Paulus die in 61-63 Timoteüs vraagt: 2 Tim. 4,11 "Alleen Lucas is bij me. Ga Marcus halen en breng hem met u mee; ik kan hem goed gebruiken voor het werk."
- Kol. 4,10: "De groeten van Aristarchus, mijn medegevangene, en Marcus, de neef van Barnabas, over wie gij reeds aanwijzingen hebt gekregen; ontvangt hem goed, als hij bij u komt." Kennelijk wordt Marcus hier naar Kolosse gestuurd. Mogelijk is het daar dat Timoteüs hem moet ophalen.
- Philemon 23-24: "U groet Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus, PHIL 0:24 en Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas, allen medewerkers van mij."
1 Petr. 5,13 noemt hem "mijn zoon Marcus".
Gezien de gegevens die wij van Johannes Marcus kennen lijkt het mij niet onwaarschijnlijk dat minstens in de brieven van Paulus het over dezelfde persoon gaat. Immers ook in Hand. 15,39 wordt hij kortweg Marcus genoemd. Bovendien is het ook waarschijnlijk dat in Rome het Romeinse-Griekse deel van zijn naam Marcus gebruikt wordt, eerder dan het Hebreeuwse deel of de hele naam.
olgens sommige tradities was Marcus de man die naakt wegvluchtte bij de arrestatie van Jezus.
Mc. 14,51-52 "Toch ging een jongeman, die een linnen doek om het blote lichaam had geslagen, Hem achterna. Ze grepen hem, maar hij liet zijn kleed in de steek en vluchtte naakt weg." Omdat alleen het evangelie van Mc. dit vermeldt denken sommigen dat het hier over Marcus zelf gaat.
Samengevat.
Samengevat soms stelt men Marcus zowel gelijk aan Johannes Marcus als aan Marcus de evangelist en nemen aan dat het Evangelie volgens Marcus daarmee vooral is gebaseerd op de overlevering door Petrus.
Of Johannes Marcus dezelfde is als de andere Marcus of Marcussen buiten de Handelingen lijkt mij waarschijnlijk, ook gezien het feit dat Hand. 15,39 hem zo reeds noemt.
Marcus de auteur van het Marcus-evangelie?
De traditie is unaniem in het toeschrijven van het tweede evangelie aan Marcus, de "interpretator van Petrus" (ἑρμενευτης) in de lijn van Papias van Hiërapolis, die schreef op het einde van de tweede eeuw, en wiens tekst te vinden in bij Eusebius, Hist. Eccl., 3.39.15. Wij vinden dit ook bij Origenes en Tertullianus.
Papias stelt ook dat het evangelie korte tijd na de dood van Petrus in Rome geschreven is (ca. 64-67). Dat Mc. in Rome schreef is zeer aannemelijk, gezien het grote aantal Latijnse leenwoorden in zijn Grieks en de sfeer van een direct op handen zijnde vervolging. Omdat er geen sprake is van de verwoesting van de tempel (70) lijkt deze tijdsaanduiding het meest waarschijnlijke. Of het toeschrijven van het auteurschap van het tweede evangelie door Papias klopt is niet met zekerheid te zeggen. Traditioneel wordt hij beschouwd als Marcus, de schrijver van het evangelie volgens Marcus. Onder andere Papias, Origenes en Tertullianus dichten hem die rol toe.
|