Natan-profetie

Uit Theowiki

De zogenaamde Natan-profetie is de voorspelling door de profeet Natan aan koning David (1 Kron. 17,1-15) dat het koningschap niet van zijn huis/dynastie zal wijken.
Dit is de reden waarom men een Messias verwachtte uit het huis van David en bv. de blindgeborene in Mc. 10,47-48 zijn geloof in Jezus belijdt door hem "Zoon van David" te noemen.

17,1 Toen David zijn intrek genomen had in zijn paleis, sprak hij tot Natan, de profeet: 'Zie, zelf woon ik in een paleis van cederhout, maar de verbondsark van Jahwe staat onder tentdoek!'
2 Natan gaf David ten antwoord: 'Doe gerust alles wat u in de zin heeft; God is met u.'
3 Maar diezelfde nacht nog werd het woord van God gericht tot Natan:
4 'Ga mijn dienaar David zeggen: Zo spreekt Jahwe! Gij zult voor mij geen huis bouwen om daarin te wonen.
5 Ik heb nooit in een huis gewoond, sinds de tijd dat Ik de Israëlieten uit Egypte geleid heb tot vandaag toe, maar Ik heb rondgetrokken in een tent of tabernakel.
6 En heb Ik ooit, zolang Ik met Israël rondtrok, tot een der rechters die Ik als herders over mijn volk aangesteld had, gezegd: Waarom bouwt gij Mij niet een huis van cederhout?
7 Zeg daarom aan mijn dienaar David: Zo spreekt Jahwe, de Heer der legerscharen: Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan, om vorst te zijn over mijn volk Israël.
8 Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan, al uw vijanden heb Ik vernietigd, uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten der aarde.
9 Ik heb mijn volk Israël een land toegewezen en het daar geplant om er te wonen, zonder nog opgeschrikt of verdrukt te worden door booswichten zoals vroeger,
10 in de tijd dat Ik rechters aanstelde over mijn volk Israël. Al uw vijanden heb Ik aan u onderworpen. Ik kondig u aan dat Jahwe voor u een huis zal bouwen!
11 Als uw dagen voleind zijn, en gij bij uw vaderen te ruste zijt gegaan, zal Ik een van uw zonen als uw nazaat verheffen, en zijn koninklijke macht in stand houden.
12 Hij zal mij een huis bouwen en Ik zal zijn koninklijke macht voor altijd in stand houden.
13 Ik zal hem tot vader zijn en hij Mij tot zoon; nooit zal Ik hem uit mijn gunst verstoten zoals Ik dat gedaan heb met uw voorganger.
14 Voor altijd zal Ik hem aanstellen over mijn huis en over mijn koninkrijk: zijn troon zal niet wankelen in eeuwigheid!'
15 Al deze woorden en openbaringen bracht Natan getrouw aan David over.
(1 Kron. 17,1-15)