Mc. 1,32-34

Uit Theowiki

Genezingen tegen de avond. (1,32-34)

1,32 In de avond, na zonsondergang, bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem.
33 Heel de stad stroomde voor de deur samen.
34 Velen die aan allerhande ziekten leden, genas Hij en Hij dreef tal van geesten uit, maar Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken, omdat zij Hem kenden.

Na de genezing van de bezetene en de zieke vrouw geneest Jezus een hele groep mensen in de avond..

1,32 In de avond, na zonsondergang”. Dit verhaal is nog een onderdeel van de dag vol gebeurtenissen in Kafarnaüm. Een dubbel tijdsaanduiding met een eerste aanduiding (“in de avond”) gespecificeerd door een tweede (“na zonsondergang”) is typisch voor Mc. Na zonsondergang begon een nieuwe dag voor de Joden en kon men weer zieken naar Jezus toebrengen. Het dragen van lasten, inclusief draagbaren, was op de sabbat verboden.
allen die lijdend of bezeten waren”. De twee categorieën van mensen die genezen werden door Jezus (vgl.1,34) hebben we al exemplarisch aangetroffen in de bezeten man en in de zieke vrouw.
1,33 de deur”. Het huis van Petrus en Andreas (vgl.1,29) functioneert als het centrum van Jezus' activiteiten.
1,34 Velen... genas Hij”. Waarschijnlijk wil Mc. geen verschil tussen “allen” (in 1,32) en “velen” hier aanbrengen. Mt. 8,16 en Lc. 4,40 vermelden dat Jezus allen genas.
Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken”. Net zoals in 1,24 kennen de boze geesten de identiteit van Jezus. Het verbod van Jezus om te spreken wordt meestal in verband gebracht met het Messias-geheim bij Mc. Terwijl de bovennatuurlijke tegenstanders van Jezus weten wie Hij is hebben de mensen (vertegenwoordigd door de leerlingen) meer nodig om een juist beeld van Jezus te krijgen vóór ze Hem kunnen erkennen als de gestorven en verrezen Messias.