Het eerste deel van de lijdensweek in Jeruzalem. (11,1-13,37)
Het optreden van Jezus in Jeruzalem in de dagen voor zijn lijden wordt beschreven in het kader van drie dagen (11,1; 12,1), waarbij op de derde dag gezegden, controversen, parabels en een eschatologische rede plaatsvinden. Dit stuk bereidt de passie voor door symbolische daden. Het toont wie Jezus' tegenstanders zijn en waardoor zij boos worden. Het plaatst Jezus' lijden en dood in de context van de gebeurtenissen die tot het eschaton zullen voeren.
De intocht op de eerste dag. (11,1-11)
11,1 Toen zij Jeruzalem naderden in de richting van Betfage en Betanië op de Olijfberg, zond Hij twee van zijn leerlingen uit
2 met de opdracht: 'Ga naar het dorp daar voor u, en bij uw binnenkomst is het eerste dat ge zult vinden een veulen dat vastgebonden staat en waarop nog nooit iemand gezeten heeft; maakt dat los en brengt het hier.
3 En als iemand u de aanmerking maakt: Wat doet ge daar? antwoordt dan: De Heer heeft het nodig, maar Hij stuurt het spoedig weer hier terug.'
4 Zij gingen weg en vonden een veulen vastgebonden aan een deur, buiten op straat. Ze maakten het los,
5 maar sommige mensen die daar in de buurt stonden riepen hun toe: 'Wat doet ge daar, om zo maar dat veulen los te maken?'
6 Ze antwoordden zoals Jezus hun had gezegd en de mensen lieten hen ongemoeid.
7 Ze brachten het veulen bij Jezus, legden er hun mantels overheen en Hij ging er op zitten.
8 Velen spreidden hun mantels op de weg uit, anderen groene takken die ze in het veld gekapt hadden.
9 De mensen die Hem omstuwden, jubelden: 'Hosanna; Gezegend de Komende in de naam des Heren;
10 Geprezen het komende koninkrijk van onze vader David! Hosanna in den hoge!'
11 Zo trok Hij Jeruzalem binnen, de tempel in. Nadat Hij er alles in ogenschouw had genomen, keerde Hij, omdat het al laat was, met de twaalf naar Betanië terug.
|
Jezus' intocht kan men het best uitleggen in de lijn van symbolische daden van een aantal profeten in het O.T. De kern van Zijn symbolische daad is het binnenrijden van Jeruzalem vanaf de Olijfberg. Volgens Zach. 9,9 zou de Heer als een goddelijke strijder Jeruzalem binnenrijden gezeten op een ezelsveulen. Volgens Zach. 14,4 zal de grote eschatologische strijd plaatsvinden op de olijfberg. Deze daad van de Heer suggereert dat met Jezus de eschatologische gebeurtenissen plaatsvinden en dat Hij de sleutelfiguur binnen deze gebeurtenissen is.
11,1
|
"Toen zij Jeruzalem naderden in de richting van Betfage en Betanië op de Olijfberg".
|
De reis beschreven in 8,22-10,52 bereikt zijn doel: Jeruzalem. De Olijfberg loopt parallel aan de Oostzijde van de stad. Betfage en Betanië zijn kleine dorpjes bij Jeruzalem.
|
11,2
|
"ge zult vinden een veulen".
|
Veulen kan zowel een veulen van een paard als van een ezel zijn. Hier is het duidelijk een jonge ezel (vgl Zach. 9,9). Het is niet duidelijk of de aanwijzingen die Hij aan zijn leerlingen geeft slaan op iets dat Hij vooraf geregeld heeft of dat het een illustratie van zijn bovennatuurlijke kennis zou zijn.
|
11,3
|
"De Heer heeft het nodig, maar Hij stuurt het spoedig weer hier terug".
|
|
11,6
|
"Ze antwoordden zoals Jezus hun had gezegd en de mensen lieten hen ongemoeid."
|
Deze zin geeft de indruk dat het hier gaat om een vervulling van Jezus' voorspelling. In elk geval gebeurt alles zoals de Heer gezegd heeft. Mogelijk heeft Jezus e.e.a. al vooraf geregeld.
|
11,7
|
"Hij ging er op zitten."
|
Jezus' intocht in Jeruzalem vervult Zach. 9,9. Daar wordt de triomferende koning kennelijk gezien als Jahwe, de goddelijke strijder.
|
11,8
|
"anderen groene takken die ze in het veld gekapt hadden".
|
Bij Joh. 12,13 wordt gezegd dat het om palmen gaat. bij Mc. wordt dat niet vermeld. De Joden zwaaiden met palmtakken bij het Loofhuttenfeest (vgl. Lev. 23,39-43) of bij het feest van tempelwijding (Hanukkah) (vgl. 2 Mc. 10,7; 1 Mc. 13,51).
|
11,9
|
"Gezegend de Komende in de naam des Heren".
|
De massa begroet Jezus met de woorden van ps. 118,25-26. Hosanna is de Griekse transcriptie van het Hebr. Hosa-na (Red ons, a.u.b.). Hier is het echter eerder een groet dan een vraag om hulp.
|
11,10
|
"Geprezen het komende koninkrijk van onze vader David".
|
Dit is geen tekst uit het O.T. maar een commentaar van het volk, in de lijn van de toenmalige messiaanse verwachting, dat de Messias hersteld zou worden door een heerser uit het huis van David.
|
|
"in den hoge".
|
Dit is een verwijzing vaar de hemel, de plaats waar God woont (vgl. Ps. 148,1; Job. 16,19)
|
11,11
|
"Zo trok Hij Jeruzalem binnen, de tempel in".
|
Voor Jezus en zijn vrienden uit Galilea was het heel normaal dat hun eerste gang bij aankomst in Jeruzalem de gang naar de tempel was. Bij Mc. drijft Jezus de kooplui pas op de volgende dag de tempel uit in tegenstelling tot Lc. 19,45 en Mt. 21,12 waar dat nog dezelfde dag gebeurde.
|
|