De schriftgeleerden en een weduwe. (12,38-44)
12,38 Bij zijn onderricht gaf Hij ook deze waarschuwing: 'Wacht u voor de schriftgeleerden, die graag in lange gewaden rondlopen, zich laten groeten op de markt,
39 belust zijn op de voornaamste zetels in de synagogen en op de ereplaatsen bij de maaltijden,
40 maar de huizen der weduwen opslokken, terwijl ze voor de schijn lange gebeden verrichten; over deze mensen zal een strenger vonnis worden uitgesproken.'
41 Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek toe, hoe het volk koperstukken daarin wierp, terwijl menige rijke er veel in liet vallen.
42 Er kwam ook een arme weduwe, die er twee penningen, ter waarde van een cent in wierp.
43 Hij riep nu zijn leerlingen bij zich en sprak: 'Voorwaar, Ik zeg u: die arme weduwe heeft het meest geofferd van allen die iets in de offerkist wierpen;
44 allen wierpen ze er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoe al wat ze bezat, alles waar ze van leven moest.
|
De twee incidenten in deze sectie 12,38-40 en 12,41-44 vormen een geheel waarin de personen met elkaar in contrast geplaatst worden. De opvallende en hypocriete schriftgeleerden in deze tekst zijn het tegendeel van wat Jezus wil dat zijn leerlingen zijn. Hij waarschuwt zijn leerlingen tegen het zoeken van uiterlijke eer en prestige van de schriftgeleerden en het opslokken door hen van de huizen van de weduwen, terwijl ze voor vroom willen doorgaan.
12,38
|
"die graag in lange gewaden rondlopen".
|
De schriftgeleerden interpreteerden het O.T., in deze waren ze de advocaten uit die tijd. Dit zijn de schriftgeleerden die hun lange kleren dragen om hen prestige en eer te geven. het zijn niet noodzakelijk gebedsriemen zoals bij Mt. 23,5.
|
12,40
|
"de huizen der weduwen opslokken".
|
De advocaten van de oudheid konden optreden als zaakbehartiger van een weduwe. Een gebruikelijke manier om hiervoor betaald te worden was dat ze deel kregen aan de opbrengst van het goed of de zaak van een weduwe. Advocaten die de roep hadden dat ze medelijden en begrip hadden, hadden natuurlijk meer kans dan anderen om gevraagd te worden als zaakbehartiger. Het resultaat van hun slechte manier van handelen zal een zwaar oordeel zijn bij het laatste oordeel, het opperste gerecht.
Het verhaal van de arme weduwe wordt hiermee verbonden door het woord "weduwe" en wordt ook duidelijk in contrast geplaatst met het gedrag van de Schriftgeleerden. De innerlijke toewijding en edelmoedigheid van de vrouw dienen ook als inleiding op het lijdensverhaal waarin Jezus dezelfde kwaliteiten zal blijken te bezitten.
|
12,42
|
"twee penningen".
|
De twee koperen centen (λεπτα) waren de kleinste munten in omloop. De toevoeging: "ter waarde van een cent" (ὅ ἐστιν κοδράντης) wijst erop dat Mc. die het Latijnse leenwoord van quadrans gebruikt schreef te Rome.
|
12,43
|
"die arme weduwe heeft het meest geofferd van allen".
|
Jezus' uitspraak vraagt om uitleg, die ook komt in 12,44. De uitleg is dat de vrouw een echt offer bracht om de tempel te helpen, terwijl de rijken alleen maar van hun overvloed gaven.
|
|