Het maal. (14,22-25)
14,22 Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun met de woorden: 'Neemt, dit is mijn Lichaam.'
23 Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit.
24 En Hij sprak tot hen: 'Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen.
25 Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van God.'
|
Het LA bij Mc. brengt brood en wijn van Jezus' laatste maal in verbinding met zijn onmiddellijke dood en interpreteert ze in het licht van de offertradities uit het O.T. (vgl. Ex. 24,8; Jes. 53,12) en met de hoop op het messiaanse feestmaal in het Rijk Gods.
14,22
|
"Neemt, dit is mijn Lichaam."
|
De leerlingen worden uitgenodigd om te delen in Jezus' offerdood.
|
14,23
|
"Daarna nam Hij de beker".
|
Bij een Joods paasmaal wordt aan het begin brood gedeeld en daarna drie bekers in de loop van het maal. Uit het verhaal blijkt duidelijk dat Jezus niet een normaal Joods paasmaal vierde of wilde vieren.
|
14,24
|
"Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen".
|
Het bloed van het verbond verwijst naar Ex. 24,8, waar Mozes het verbond bezegelt door het sprenkelen van het bloed van de offerdieren. Het "voor velen" verwijst naar Jes. 53,12 (een tekst over de lijdende dienstknecht) en geeft de daad een offerkarakter. De twee verwijzingen naar het O.T. zien de dood van Jezus als een offer voor anderen. Het "ὑπὲρ πολλν" is gebaseerd op het Hebr. van Jes. 53,12. Het betekent: "voor allen", niet enkel voor een paar of voor meerderen.
|
14,25
|
"tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van God".
|
Hier wordt het LA geplaatst in de context van het messiaanse banket (vgl. 6,35-44; 8,1-10). Het LA moeten we ook zien in verbinding met de voorafgaande maaltijden van Jezus die hij hield met tollenaars en zondaars (2,16) en het messiaanse feestmaal.
|
|