Mc. 4,1-2

Uit Theowiki

Parabels en hun uitleg. (4,1-34)

Dit stuk bestaat uit parabels waarin het Rijk Gods vergeleken wordt met de wonderlijke groei van het zaad en de overvloedige oogst die aan het einde van het groeiproces van het graan volgt (4,3-9; 4,26-29; 4,30-32), ook exempels (4,21-25), een interpretatie van één van de zaadparabels (4,13-20), verklaringen over Jezus' onderricht in parabels (4,10-12.33-34) en een schets van het kader (scene) (4,1-2).
Het betreft hier verschillende delen van Jezus' prediking die Mc. heeft samengevoegd. Bv. in 4,1 bevindt Jezus zich dicht bij de oever in een boet, terwijl het volk staande toehoort en in 4,10-12 bevindt Hij zich alleen met de leerlingen aan land, zonder dat de verwisseling van het toneel wordt uitgelegd.

Het kader. (4,1-2)

4,1 Bij een andere gelegenheid begon Hij te leren aan de oever van het meer. Zeer veel volk verzamelde zich bij Hem, zodat Hij in een boot die op het water lag moest stappen, om daar plaats te nemen, terwijl al het volk zich langs het meer op het land bevond.
2 Hij leerde hun vele dingen door middel van gelijkenissen, en in zijn onderricht zei Hij tot hen:

Marcus situeert Jezus in een boot die zo de mensen op de oever onderricht geeft.

4,1 "aan de oever van het meer". Jezus is uit Nazareth of uit het huis van Petrus teruggekeerd naar het meer van Galilea (3,7-12).
4,2 "door middel van gelijkenissen". De definitie van een parabel/gelijkenis van C.H. Dood is klassiek geworden: "een metafoor of vergelijking genomen uit de natuur of het dagelijkse leven, die de aandacht van de toehoorder trekt door zijn levendigheid of vreemdheid, en die het verstand in voldoende twijfel laat over de precieze toepassing om het zo tot actief nadenken te brengen.[1]

Voetnoten

  1. The Parables of the Kingdom, New York, 1961,5: "a metaphor or simile drawn from nature or common life, arresting the hearer by its vividness or strangeness, and leaving the mind in sufficient doubt about its precise application to tease it into active thought."