Het doel van de parabels. (4,10-12)
10 Toen Hij weer alleen was, stelde zijn omgeving, ook de twaalf, Hem vragen omtrent de gelijkenissen.
11 Hij antwoordde hun: 'Aan u is het geheim van het Rijk Gods geschonken, maar zij die erbuiten staan, krijgen alles in gelijkenissen,
12 opdat zij wel scherp kijken met hun ogen maar niet zien, en wel luisteren met hun oren maar niet verstaan, opdat zij zich niet zouden bekeren en vergiffenis krijgen.'
|
De parabel van het zaad is een aanleiding om uit te leggen waarom Jezus onderricht gaf in parabels. De uitleg is dat Jezus met opzet het geheim van het koninkrijk verborg in parabels (hier uitgelegd als "raadsels"). We moeten weten dat ook al gaan de parabels terug op Jezus, dat de versie die we lezen die van Mc. is De evangelist gebruikt het ook als een gedeeltelijke reflectie over waarom Jezus' optreden gedeeltelijk mislukte (vgl. 4,4-7). Het verwijt in 4,13 lijkt aan te geven dat het geheimhouden alleen in deze parabel bedoeld is.
4,10
|
"Toen Hij weer alleen was".
|
Het zo mooi geschilderde kader uit 4,1-2 wordt verlaten. Jezus is nu of thuis of onderweg naar huis.
|
|
"zijn omgeving, ook de twaalf".
|
In tegenstelling tot 32,21 zijn omgeving ("die rondom hem") leerlingen.
|
|
""de gelijkenissen".
|
Hier staat meervoud, terwijl er slechts één parabel verteld is.
|
4,11
|
"Aan u is het geheim van het Rijk Gods geschonken".
|
De achtergrond is het O.T. en wel Dan. 2, waar het mysterie (raz) door God aan de ziener wordt ontsluierd. Jezus' leer (en optreden) ontsluiert het geheim van Gods koninkrijk. De taak van de leerlingen bestaat erin om deze leer verder te geven.
|
|
"in gelijkenissen".
|
Hier lijkt gelijkenissen de betekenis van raadsels te hebben. De bedoeling is om de "mensen van buiten" in het ongewisse te laten. Jezus gebruikt de parabels echter tegelijk om het volk te onderrichten, ook al is het element van mysterie een deel van de vorm van een parabel.
|
4,12
|
"opdat zij wel scherp kijken met hun ogen maar niet zien".
|
Het citaat is van Jes. 6,9-10:
"Ga dan en zeg tot dit volk: Luister maar, gij zult het toch niet begrijpen, kijk maar scherp toe, gij zult het niet vatten. Verhard de geest van dit volk, maak zijn oren doof, strijk zijn ogen dicht, opdat het met zijn ogen niet ziet, met zijn oren niet hoort, opdat zijn geest niet begrijpt, opdat het zich niet bekeert, en geen genezing vindt."
In deze tekst van Jesaja gaat het over het voorziene resultaat van Jesaja's prediking en niet over het doel van zijn prediking. Het gebruik van "opdat" (ἱνα) door Mc suggereert dat het het doel van Jezus was om het geheim voor buitenstaanders te verbergen en zo hun bekering en de vergeving van hun zonden te voorkomen.
Men heeft al vanaf de oudheid op verschillende manieren geprobeerd om de tekst uit te leggen, dit gaat hier te ver. Kennelijk gaat het hier of om een ironie, of om een foute tekstoverloop in Mc of om een misverstaan van Jezus door de toehoorders. Immers normaliter zijn de parabels net beeldende taal die het volk aanspreekt en die het kan begrijpen, vgl. 4,33: "In vele dergelijke gelijkenissen verkondigde Hij hun zijn leer op de wijze die zij konden verstaan." Ook de voorbeelden van Jezus in Mc. 4 zijn beslist geen voorbeelden van raadselachtige onbegrijpelijkheid.
|
|