Mc. 6,35-44

Uit Theowiki

Machtsdaden en een controverse. (6,35-7,23)

Dit stuk heeft evenals het volgende (7,24-8,13) de structuur van wonderdaden die gevolgd worden door een controverse. Beide episodes vestigen de aandacht op Jezus, de wonderdoener, genezer en leraar. Het belangrijkste zijn de impliciete Christologische claims over hem als Messias (6,35-44), de Zoon van God (6,45-52) en als gezagsvolle uitlegger van het O.T. (7,1-23)

Het voeden van de vijfduizend. (6,35-44)

6,35 Toen het al laat was geworden, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: 'Deze plek is te eenzaam en het is al laat.
36 Stuur hen weg om naar de hoeven en dorpen in de omtrek te gaan en daar eten te kopen.'
37 Maar Hij gaf hun ten antwoord: 'Geeft gij hen maar te eten.' Zij zeiden Hem daarop: 'Moeten wij dan voor tweehonderd denariën brood gaan kopen om hun te eten te geven?'
38 Hij zeide tot hen: 'Hoeveel broden hebt ge? Gaat eens kijken.' Na zich op de hoogte gesteld te hebben zeiden ze: 'Vijf, en twee vissen.'
39 Nu gaf Hij hun opdracht te zeggen dat allen zich groepsgewijze zouden neerzetten op het groene gras.
40 Zij gingen zitten in groepen van honderd en van vijftig.
41 Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de mensen voor te zetten; ook de twee vissen verdeelde Hij onder allen.
42 Allen aten tot ze verzadigd waren.
43 Men haalde aan brokken en aan wat er aan vis over was twaalf volle korven op.
44 Het waren vijfduizend mannen, die van de broden gegeten hadden..

Het wonderbaarlijke voeden van de massa wijst terug naar het voedsel dat God aan het Joodse volk gaf in de woestijn tijdens de uittocht en naar het voeden van 100 man door Elia (2 Kon. 4,42-44). Het wijst ook vooruit naar het maal aan het einde der tijden dat voorgezeten zal worden door de Messias. Kortom deze handeling is een onderdeel van de openbaring van het Rijk Gods door Jezus. Er worden duidelijk een aantal verbanden gelegd naar het Laatste Avondmaal (vgl. 6,41; 14,22) die een eucharistisch aspect in het verhaal suggereren. Mc. en zijn lezers zagen heel duidleijk een verwijzing naar het Laatste Avondmaal en naar het messiaanse feestmaal, welke allebei gevierd werden in de Eucharistie. Het verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging voor de 5000 vinden we in alle vier evangelies (mt. 14,15-21; Lc. 9,12-17; Joh. 6,1-15) en een parallel voor 4000 mensen in Mc. 8,1-10 en Mt. 15,32-29.

6,35 "zijn leerlingen" Marcus gebruikt hier de meer gebruikelijke term voor de volgelingen van Jezus. In het eerste deel van dit verhaal (6,35-38) begrijpen de leerlingen niet waar Jezus naartoe wil met zijn vragen. Dit thema van het niet-begrijpen van Jezus wordt verder uitgewerkt.
"Deze plek is eenzaam en het is al laat." Deze opmerking van de leerlingen leidt het probleem in, nl. hoe kan men zo een massa voeden. De leerlingen suggereren Jezus om het volk maar te laten gaan om zelf inkopen te doen. Traditioneel situeert men deze gebeurtenis in de streek van et-Tagha.
6,37 "Geeft gij hen maar te eten." Jezus' antwoord op hun redelijk voorstel verrast hen. Hun antwoord om dat 200 denariën niet genoeg zijn om voldoende brood te kopen klinkt haast vijandig. Eén denarie was een dagloon (vgl. Mt. 20,2).
6,38 De vissen wijzen misschien naar de volheid van het Messiaanse feestmaal. Sommigen denken dat de vissen pas later aan het verhaal zijn toegevoegd.
6,40 "in groepen / groepsgewijze". Het Griekse woord πρασια betekent een preibed. Prei werd ook toen al in rechte rijen geplant. Het beeld van de geordende massa verwijst impliciet naar het idee van het messiaanse feestmaal.
6,41 "sloeg de ogen ten hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen". De overeenkomst in woorden tussen 6,41 en later 14,22 het Laatse Avondmaal geeft aan dat deze maaltijd op die eenzame plaats als een anticipatie van de H. Eucharistie gezien werd, die op haar beurt weer een anticiperen is van het Messiaanse feestmaal. De zegen kan de traditionele Joodse zegen zijn die voor elk maal wordt uitgesproken.

Ook de taak van de leerlingen in het uitdelen van het brood is een anticiperen op de taak van de leerlingen in de Eucharistie.

6,42 "Allen aten tot ze verzadigd waren." Een andere achtergrond van het verhaal kan het wonderbaarlijk voeden van 100 mannen door Elisa zijn, waar men ook resten over had (2 Kon. 4,42-44).
6,43 "twaalf volle korven". Dit kan een verwijzing inhouden naar Israël. De zeven manden in het andere verhaal van broodvermenigvuldiging in 8,8 kan slaan op de heidenen.
6,44 "vijfduizend mannen". Het aantal laat zien dat Jezus' macht groot is en zeker groter nog dan die van Elisa die 100 man te eten gaf.