Het spijzigen van de vierduizend. (8,1-10)
8,1 Toen er in die tijd weer eens veel mensen bijeen waren en zij niets te eten hebben, riep Jezus zijn leerlingen bij zich en sprak tot hen:
2 'Ik heb medelijden met deze mensen, omdat zij al drie dagen bij Mij blijven, zodat ze nu zonder voedsel zijn.
3 Wanneer Ik hen zonder eten naar huis laat gaan, zullen zij onderweg bezwijken; sommigen van hen zijn van ver gekomen.'
4 Zijn leerlingen antwoordden Hem: 'Waar kan iemand op een zo eenzame plaats brood vandaan halen om hen te verzadigen?'
5 Hij vroeg hun: 'Hoeveel broden hebt ge dan?' 'Zeven', antwoordden zij.
6 Hij gelastte het volk op de grond te gaan zitten. Toen nam Hij de zeven broden, en na een dankgebed brak Hij ze en gaf ze aan zijn leerlingen om ze voor te zetten aan het volk; en dat deden ze.
7 Ze hadden ook nog wat visjes; na de zegen er over uitgesproken te hebben zei Hij, dat ze die ook moesten voorzetten.
8 De mensen aten tot ze verzadigd waren; en aan overgebleven brokken haalde men zeven manden op.
9 Er waren ongeveer vierduizend personen. Toen zond Hij hen naar huis.
10 Terstond ging Hij met zijn leerlingen scheep en kwam in de streek van Dalmanuta.
|
Er zijn een aantal duidelijke verschillen tussen het voeden van de 4000 (8,1-10) en het voeden van de 5000 (6,35-44). Het volk is reeds drie dagen bij Jezus, de leerlingen weten welke voorraad er is, er zijn twee zegeningen en er blijven 7 manden aan brokken over. Ondanks de verschillen zijn er een aantal commentatoren die beide verhalen als het relaas van één en hetzelfde feit zien. De theologische motieven zijn in beide verhalen gelijk: God voedt zijn volk in de woestijn, het messiaanse maal en het anticiperen van de H. Eucharistie. Een verschil ligt in het aantal broden en het aantal manden dat over is. Dit wordt vaak gezien als een verwijzing naar de missie onder de heidenen.
8,2
|
"Ik heb medelijden met deze mensen".
|
De reden van Zijn medelijden is dat zij reeds drie dagen zonder voedsel zijn, in 6,34 was de reden dat ze waren als schapen zonder herder. Het eerste verhaal plaatst alles op één dag, terwijl dit verhaal het over drie dagen verspreidt.
|
8,3
|
"Wanneer Ik hen zonder eten naar huis laat gaan, zullen zij onderweg bezwijken".
|
In 6,34 suggereren de leerlingen op deze plaats dat Jezus hen naar huis moet sturen.
|
8,4
|
"Waar kan iemand op een zo eenzame plaats brood vandaan halen".
|
De combinatie van brood en eenzame plaats verwijst duidelijk naar het O.Tisch manna-motief. Er is hier geen sprake van vis (vgl. 8,7). Het feit dat de leerlingen niet anticiperen wat Jezus van plan is is een sterke aanduiding dat we hier met een doublet te doen hebben. Ze hadden immers na de eerste broodvermenigvuldiging duidelijk beter moeten weten.
|
8,5
|
"Zeven".
|
In 6,38 had men vijf broden. Een aantal commentatoren zien hierin een verwijzing naar de missie onder de heidenen, men sprak over 70 heidense naties, waarheen 7 diaken gezonden werden (Hand. 6,1-7). De leerlingen weten nu hoeveel voedsel er aanwezig is, de vorige keer in 6,38 moesten ze op onderzoek gaan om het te weten.
|
8,6
|
"Hij gelastte het volk op de grond te gaan zitten".
|
Het relaas van het gaan zitten van het volk is veel minder plastisch dan in het eerst verhaal, alhoewel het resultaat hetzelfde is.
|
|
"na een dankgebed brak Hij ze en gaf ze".
|
Net zoals in 6,41 is deze beschrijving een anticiperen op de beschrijving van het Laatste Avondmaal (vgl. 14,22), dat op zijn beurt een anticiperen is van het Messiaanse feestmaal en de Eucharistie van de Kerk.
|
8,7
|
"Ze hadden ook nog wat visjes".
|
Dit is volgens sommigen later toegevoegd, alhoewel het behoud van de referentie naar de vissen die niet thuishoort in een Eucharistisch kader pleit voor de originaliteit ervan.
|
8,8
|
"zeven manden".
|
Bij de eerste broodvermenigvuldiging waren het twaalf manden. Sommigen zien in de 12 Israël en in de 7 de heidenen.
|
8,10
|
"in de streek van Dalmanuta".
|
De plaats van Dalmanuta is onbekend. Sommigen denken aan Magdala of Magdan (vgl. Mt. 15,3). Het was waarschijnlijk ergens op de westoever van het meer.
|
|