Mc. 8,22-26

Uit Theowiki

Jezus geeft onderricht aan de leerlingen tijdens de tocht naar Jeruzalem. (8,22-10,52)

Hier eindigt het optreden van Jezus in Galilea. Jezus trekt nu met Zijn leerlingen van Caesarea Philippi in N-Galilea naar Jeruzalem. De focus van het verhaal is het onderricht dat Jezus aan zijn leerlingen geeft over zijn identiteit (christologie) en wat het betekent om hm e te volgen (het leerling-zijn). Dit stuk begint en eindigt met de genezing van een blinde (8,22-26 en 10,46-52). De symbolische betekenis hiervan is duidelijk. Na Petrus' belijdenis van Jezus als de Messias (8,27-30) zijn er drie secties met daarin een lijdensvoorspelling (8,31; 9,31; 10,33-34) en een niet-begrijpen dor de leerlingen (8,32-33; 9,32-37; 10,35-45), die in de eerste twee gevallen gevolgd worden door onderricht over de eisen van het leerling-zijn.

De genezing van een blinde man. (8,22-26)

8,22 Zij kwamen in Betsaïda. Daar bracht men een blinde bij Hem en smeekte Hem die te willen aanraken.
23 Jezus nam de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Daar deed Hij speeksel op zijn ogen, legde hem de hand op en vroeg hem: 'Kunt ge al iets zien?'
24 Hij keek en hij antwoordde: 'Ik zie mensen, want ik zie ze lopen, maar ze lijken op bomen.'
25 Daarna legde Hij nog eens de handen op zijn ogen. Nu zag hij scherp en was zo volkomen genezen dat hij alles duidelijk zag.
26 Hij stuurde hem naar huis met de waarschuwing: 'Ga zelfs het dorp niet in.'

Als er één verhaal in Mc. een symbolische functie heeft dan is het wel dit verhaal van de genezing van een blinde te Betsaïda, tezamen met dat van de genezing van de blinde Bartimeüs (10,46-52). Op weg naar Jeruzalem wil Jezus zijn leerlingen leren dat Zijn dood en verrijzenis wezenlijk bij zijn opdracht horen. De leerlingen zijn echter traag in het begrijpen van Jezus. In het geval van de blinde te Betsaïda komt de genezing langzaam en de man volgt Jezus niet. In het geval van Bartimeüs is de genezing onmiddellijk en volgt de genezene onmiddellijk Jezus. Het feit dat deze wonderen een symbolische betekenis hebben betekent niet dat zij zo maar onhistorische verhalen zijn of dat het enkel allegorische teksten zijn.

8,22 8,22"Zij kwamen in Betsaïda". Eindelijk bereikt men de bestemming waarheen men al van 6,45 onderweg was.
8,23 Over de rol van het speeksel hier zie 7,33. De genezing hier verschilt van 7,31-37 door het feit dat ze in twee fasen geschiedt. Betsaïda wordt hier en in 8,26 onnauwkeurig een dorp genoemd. Het was echter door de tetrarch Filippus tot een stad uitgebouwd. Hij had de stad ter ere van Julia, de dochter van keizer Augustus, Julias genoemd. (Flav. Jos. De Bell. 3,9, § 168).
8,24 "Ik zie mensen, want ik zie ze lopen, maar ze lijken op bomen." De pointe is hier dat het gezichtsvermogen van de man onvolmaakt is.
8,25 "Nu zag hij scherp en was zo volkomen genezen dat hij alles duidelijk zag." Drie werkwoorden onderlijnen dat de genezing nu wel perfect was.
8,26 "Ga zelfs het dorp niet in." De bedoeling is duidelijk dat de man ook niet over Jezus mag spreken zoals al zo vaak van te voren het geval geweest is, na een wonder van de Heer (1,44; 5,43; 7,36).