De Hemelvaart van de Heer. (1,9-14)
1,9 Na deze woorden werd Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.
10 Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen,
11 die zeiden: 'Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van u is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan.'
12 Toen keerden zij van de berg, die de Olijfberg heet, naar Jeruzalem terug. Deze ligt dichtbij Jeruzalem op sabbatsafstand.
13 Daar aangekomen gingen zij naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, zoon van Alfeüs, Simon de IJveraar en Judas, de broer van Jakobus.
14 Zij allen bleven eensgezind volharden in gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
(Hand. 1,9-14)
|
1,9
|
"Een wolk onttrok Hem aan hun ogen"
|
Hier komt een einde aan het zichtbare contact tussen de Heer en Zijn apostelen.
Wie zien in het N.T. vaker de rol van wolken, bv. bij gedaanteverandering op de berg Mk. 9,7 par. . Ook bij Zijn wederkomst zal mensenzoon op de wolken komen Mk. 13,26; 14,62. e.a.[1]
De hemelvaart is het hoogtepunt van Jezus' verheffing. De Christenen worden ook door Paulus b.v. opgeroepen om "te zoeken wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods." (Kol. 3,1)
|
1,10-11
|
“Twee mannen”
|
Bedoeld zijn duidelijk twee engelen (vgl. ook 10,22.30). Zij verschijnen hen. Merk de parallel op met Lc. 24,4-9 (vgl. Mc. 16,5-8). Zij kondigen aan dat Hij pas weer zichtbaar zal terugkeren aan het einde der tijden (de parousie). Deze komst mogen wij verwachten. Ze zal echter onverwacht gebeuren. (Mt. 25,13)
|
|
“zal op dezelfde wijze wederkeren”
|
Het punt van vergelijking is kennelijk het "transport op de wolk", dat een teken is van de Mensenzoon bij zijn wederkomst. Merk op Lc. hanteert het enkelvoud "wolk" (Lc. 21,27), terwijl Mc. 13,26 het meervoud heeft.
De samenhang tussen hemelvaart en parousie/wederkomst van de Heer suggereert dat deze twee gebeurtenissen de nieuwe periode die nu begonnen is omschrijven, zoals in 1,8 was aangekondigd. Vandaar dat de vraag van de engelen een verwijtende vraag is, met het impliciete verwijt: "Jullie zouden zouden moeten weten!"
Let wel Jezus blijft bij Lc. en Hand. ook in deze periode aanwezig in Zijn Kerk, m.n. in de werking van zijn getuigen.
In de andere geschriften van het N.T. wordt de hemelvaart nergens expliciet vermeld, maar wel verondersteld, want de Heer is nu bij Zijn Vader (1 Thess. 1,10; 4,16; 2 Thess. 1,7; 1 Kor. 4,5). Zeer vaak wordt vermeld dat Hij zit aan de rechterhand van de Vader, m.n. in de zogenaamde gevangenschapsbrieven van Paulus (Kol. 1,18-20; Ef. 1,3.10.22 e.a.). De rechterkant betekent hier de ereplaats.
Jezus is met ziel en lichaam naar de hemel opgestegen. Zijn lichaam is opgestaan uit het graf. Wel is het opgestane lichaam van de Heer een vergeestelijkt lichaam. Vgl. het plots er zijn en verdwijnen, tegelijk het eten en drinken, aanraken door Thomas... . (vgl. 1 Kor. 15,42-54).
|
1,12
|
“Olijfberg”
|
Pas nu vernemen wij dat de hemelvaart van de Heer plaatsvond op de Olijfberg op 2000 el (ca 810 m.) van Jeruzalem. Dit is de zogenaamde sabbatsafstand, d.w.z. de afstand die Joden op Sabbat mochten lopen.
Lc. 24,50 spreekt over Bethanië. Bij Lc. zijn Bethanië en de Olijfberg dezelfde plaats. (De facto ligt Bethanië er vlak bij). In de Joodse eschatologie heeft de Olijfberg een bepaalde plaats (vgl. Zach. 14,4).
De vermelding van de sabbatsafstand tegenover Jeruzalem, net zoals bij de Emmaüs-gangers de afstand t.o.v. Jeruzalem vermeld wordt suggereert dat in zijn optiek Jeruzalem de plaats is van al deze paasgebeurtenissen.
|
1,13
|
“bovenzaal”
|
De "bovenzaal" was waarschijnlijk geen woonruimte, maar een soort vergaderplaats, waar de leerlingen samenkwamen (vgl. Lk. 24,33; Joh. 20,19). Velen denken dat het dezelfde zaal is waar zij ook het Laatste Avondmaal aten. Daar verbleven de elf apostelen. We lezen hier dezelfde namen als in Lc. 6,14-16 met uitzondering van Judas Iskariot die er niet meer bij was.
Excursus: de namen van de twaalf apostelen.
|
1,14
|
|
Bij hen waren Maria, de moeder van de Heer, enkele andere vrome vrouwen die Hem vanuit Galilea gevolgd waren en met de zogenaamde broeders van de Heer. Over deze grotere kring van leerlingen hoorden wij in Lc. 23,49; 24,9-10.33.
|
|
"Zij bleven eensgezind volharden in het gebed"
|
(vgl. 2,42v; 6,4; Rom. 12,12; Kol. 4,2). Misschien wordt daarmee (ook) bedoeld een trouw bezoeken van de gebedsdiensten in de tempel (vgl. 3,1). In elk geval is dit de eerste keer dat er sprake is van de leerlingen als groep. Opvallend is dat het doel van hun bijeenkomsten is om te bidden en dat men samenkomt met Maria in hun midden.
|
Voetnoten
- ↑ Opmerking. St. Johannes Chrysostomos vraagt: “Waarom was het een wolk die hem aan het oog van de apostelen onttrok?” en hij antwoordt: “De wolk was een zeker teken dat Jezus reeds in de hemel vertoefde. Het was geen wervelwind of vurige wagen, zoals bij de profeet Elia (vgl. 2 Kon. 2,11), maar een wolk die het symbool van de hemel zelf is.” (Hom. in Acta, 2)
|