Hand. 10,23b-33

Uit Theowiki

De gebeurtenissen in het huis van Cornelius. (Hand. 10,23b-48)

Petrus' aankomst te Caesarea. (Hand. 10,23b-33)

10,23b De volgende dag begaf hij zich met hen op weg en enige van de broeders uit Joppe vergezelden hem.
24 De dag daarna kwam hij in Caesarea aan. Cornelius verwachtte hen al en had zijn verwanten en beste vrienden bijeengroepen.
25 Toen Petrus binnentrad kwam Cornelius hem tegemoet en eerde hem met een voetval.
26 Maar Petrus deed hem opstaan en zei: 'Sta op, ik ben ook maar een mens.'
27 Zich met hem onderhoudend ging hij naar binnen en vond er een groot gezelschap bijeen. Hij sprak hun aldus toe:
28 'Gij weet dat het voor een Jood tegen de wet is omgang te hebben met iemand van een ander volk of bij hem aan huis te komen; maar mij heeft God duidelijk gemaakt, dat men geen enkel mens onheilig of onrein mag noemen.
29 Daarom ben ik dan ook zonder enig bezwaar op uw uitnodiging hierheen gekomen. Nu vraag ik u dus: Waarom hebt ge mij ontboden?'
30 Cornelius zei daarop: 'Het is precies vier dagen geleden dat ik op het negende uur in mijn huis aan het bidden was, toen opeens een man voor mij stond in een schitterend gewaad
31 en zei: Cornelius, uw gebed is verhoord en uw aalmoezen zijn voortdurend in Gods gedachte.
32 Stuur dus iemand naar Joppe om Simon, bijgenaamd Petrus, te halen. Hij verblijft als gast in het huis van Simon de leerlooier, aan zee.
33 Terstond zond ik toen mensen naar u toe en gij hebt goed gedaan om mee te komen. Nu zijn we dus allen onder Gods ogen bijeen om alles te vernemen wat u door de Heer is opgedragen.'
(Hand. 10,23b-33)

10,23b "enige van de broeders" Een aantal Christenen uit Joppe ging mee, blijkbaar als getuigen. Het zijn er zes naar blijkt uit 11,12.
10,24-25 "toen Petrus binnentrad" lett. toen hij op het punt stond binnen te gaan. Hij was dus nog buiten.

Het gedrag van Cornelius getuigt van grote eerbied. "Hij eerde hem met een voetval": (lett. wierp zich ter aarde en knielde aan zijn voeten neer). Het Griekse "προσκυνεω" kan "aanbidden" betekenen ofwel een gewone eerbetuiging bv. t.o.v. een koning. Cornelius als godvrezende en heeft het ongetwijfeld als een eerbetuiging bedoeld. Het zal niet bedoeld hebben als een daad van aanbidding, want hij zal ongetwijfeld geweten hebben dat men alleen God mag aanbidden.

10,26 "Sta op, ik ben ook maar een mens." Petrus wilde blijkbaar voorkomen dat de Romein die voor hem neerknielde hem eventueel als God zou zien, vandaar: "Sta op, ik ben ook maar een mens." Ook Paulus en Barnabas moeten zich verzetten tegenover een aanbidding in Lykaonië (14,15); ook de engel t.o.v. Johannes (Ap. 19,10; 22,9). Jezus daarentegen heeft zich nooit tegen dit eerbewijs verzet (Lk. 8,41; 24,5).
10,27 De meerderheid van die groep waren ongetwijfeld heidenen.
10,28-29 "met iemand van een ander volk" Uitleg waarom hij toch het huis van een heiden binnengaat. "met iemand van een ander volk" (ἀλλοφυλος) blijkbaar gebruikt Petrus deze omschrijving om Cornelius uit eerbied niet heiden te hoeven noemen.

Hij zegt dat God hem duidelijk heeft gemaakt "dat men geen enkel mens onheilig of onrein mag noemen".

10,33 Lukas laat Cornelius verhalen wat wij al weten. Dit duidt op belang van het verhaal. Nb. Cornelius gebruikt de inclusieve tijdstelling: "vier dagen geleden".
Zij zijn bijeen om te luisteren.