|
De eerste reis van Paulus door Klein-Azië. (Hand. 13,1-14,28)
Voorbereiding op de reis. (Hand. 13,1-3)
13,1 In de gemeente van Antiochië waren er profeten en leraren: Barnabas, Simon die Niger genoemd werd, Lucius uit Cyrene, Manaën, jeugdvriend van viervorst Herodes, en Saulus.
2 Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten, sprak de heilige Geest: 'Zonder Mij Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen heb geroepen.'
3 Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op en lieten hen vertrekken.
(Hand. 13,1-3)
|
13,1
|
"Antiochië"
|
In Antiochië was er een groep Christenen. Deze was gestructureerd. Het was een geordende kerk zoals in Jeruzalem.
|
|
"Profeten en leraren"
|
In 1 Kor. 12,28 verdeelt Paulus de mensen die het leerambt in de kerk uitoefenen in drie groepen: apostelen, Profeten en leraars. Wat de precieze verdeling was tussen profeet en leraar is moeilijk uit te maken. Vermoedelijk duiden Profeten en leraars degenen aan die onder verlichting van de H. Geest onderricht gaven. Hoe de verdeling is onder de vijf namen is niet zeker uit te maken. Profeten spreken veeleer direct wat de H. Geest hun ingeeft en de leraars zijn zij die de prediking in de gemeente vervullen. (ook Rom. 12,6-7)
|
|
"Barnabas"
|
wordt het eerste genoemd, omdat hij de vertrouwensman van de kerk te Jeruzalem was (9,27; 11,22).
|
|
"Simon, die Niger genoemd werd"
|
Simon is een veel voorkomende naam onder Joden. Blijkbaar werd hij "Niger" (= zwarte) genoemd vanwege zijn donkere huidskleur.
|
|
"Lucius uit Cyrene"
|
Misschien is hij de Lucius uit Rom. 16,21.
|
|
"Manaën, jeugdvriend van de viervorst Herodes"
|
Hij was blijkbaar uit een aanzienlijk geslacht en samen met Herodes Antipas opgevoed. Iets wat gebruikelijk was aan hellenistische vorstenhoven.
|
|
"Saulus"
|
Hij wordt als laatste genoemd, vermoedelijk omdat hij van hen als laatste in Antiochië is gekomen.
|
13,2
|
"terwijl zij eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten"
|
De openbaring van de H. Geest gebeurde "terwijl zij eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten (λειτουργούντοι) en vastten". Of het gemeenschappelijk gebed was of de Eucharistie (waarschijnlijk), feit is dat het om een godsdienstige bijeenkomst. Omdat er ook gevast werd is het blijkbaar een belangrijke bijeenkomst. Deze uitdrukking komt uit het O.T. en duidt daar het werk van priesters en levieten in de tempel aan. Waarschijnlijk zal de H. Geest door de mond van de Profeten gesproken hebben.
|
|
"Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen heb geroepen"
|
de afzondering is een sterke term om een heel bijzondere bestemming aan te duiden. (Gal. 1,15). Saulus had zijn roeping reeds vroeger ontvangen door Ananias (22,15). Over hoe Barnabas geroepen werd is ons niets bekend. Apostelen zijn in deze visie kennelijk diegenen die door de H. Geest gezonden worden.
|
13,3
|
|
Na een nieuwe bijeenkomst, voorbereid door vasten en gebed, worden hen de handen opgelegd. Vermoedelijk waren zo goed als alle Christenen van Antiochië bijeen, maar werden alleen door de Profeten en leraren hen de handen opgelegd. Vermoedelijk was de handoplegging een teken van hun zending door de gemeente van Antiochië. Zijn eigenlijke roeping had Paulus ontvangen van Christus zelf. De gemeente gaf hun blijkbaar verder de vrije hand, naar waar zij wilden gaan.
|
|