13,4
|
"door de heilige Geest uitgezonden"
|
De H. Geest stuurt hen op weg op een tocht waardoor -zoals na afloop zal blijken- God "voor de heidenen de poort van het geloof had geopend" (14,27).
|
|
"naar Seleucië"
|
de havenstad van Antiochië, een 25 km. verderop. Misschien voeren zij per schip over de Orontes ernaartoe. Seleucië werd 300 vóór Christus gesticht door Seleucus Nicator. Hij maakte van haar een van de sterkste vestingen van Syrië. Zij was een belangrijke havenstad.
|
|
"Cyprus"
|
Het eiland Cyprus ligt op ongeveer 100 km van Seleucië. Zij kozen vermoedelijk Cyprus vanwege de geografische ligging. Het was het meest nabije volledig heidense land en vrij gemakkelijk bereikbaar. Bovendien zal het feit dat Barnabas daar geboren was wel van invloed zijn geweest (4,36). Cyprus was een van de gebieden waar het meeste Joden woonden. Reeds in 1 Makk. 15,23 worden Joodse kolonies op Cyprus vermeld.
|
13.5
|
"Salamis"
|
is de beste haven aan de oostkust van Cyprus en werd door de meeste schepen op doortocht aangedaan.
|
|
"in de synagogen van de Joden"
|
blijkbaar niet enkel in de stad Salamis zelf. Zij preekten onder de Joden, maar is dat niet in tegenspraak met de zending tot de heidenen (9,15; 22,21)? Natuurlijk niet, want volgens Jezus' vroegere aanwijzing moest het geloof toch ook aan de Joden op de eerste plaats verkondigd worden (Mt. 10,6). Zo had Paulus al gedaan in Damascus (9,20) en zo zou hij blijven doen (13,14; 14,1; 17,2; 18,4.19; 19,8; 28,17; vgl. Rom. 1,16; 1 Kor. 9,20). Pas wanneer de Joden het niet aannamen wendde hij zich tot de heidenen (13,46).
Paulus zag het ongeloof van de Joden als een beschikking van God, waardoor het evangelie des te eerder aan de heidenen verkondigd werd (Rom. 11,11-16). Daarbij komt dat in de synagogen de heidenen te vinden waren die het meeste openstonden voor de Blijde Boodschap, nl. de godvrezenden.
|
|
"Ze hadden ook Johannes bij zich"
|
Zij hadden hem uit Jeruzalem naar Antiochië meegenomen (12,25). Hij had geen verdere officiële zending, maar hielp hen. Hij was mogelijk een neef van Barnabas (Kol. 4,10; Phm. 24; 2 Tim. 4,11). De bescheiden vermelding van hem wijst al vooruit naar de problemen in 13,13. Dit is Johannes Marcus.
|
13,6
|
|
Het trekken naar Pafos gebeurde vermoedelijk terwijl zij de zuidkust volgden want het binnenland is zeer heuvelachtig en de meeste steden lagen aan de zuidkust. Bv. de grote steden Citium en Amathus.
|
|
"Pafos"
|
dit is "nieuw-Pafos" gebouwd 11 km ten NW van oud-Pafos dat in 15 vóór Christus door een aardbeving verwoest werd en dat bekend was omwille van het heiligdom van Afrodite.
|
|
"tovenaar"
|
"(μάγος), een valse profeet". Het woord "μάγος" wordt ook gebruikt om oosterse geleerden aan te duiden (bv. de wijzen uit het oosten). Hier betekent het tovenaar.
|
|
"valse profeet"
|
betekent waarschijnlijk zoveel als "waarzegger". Dat een Jood zich inliet met toverkunst en waarzeggen was een teken dat hij diep gevallen was.
Zijn naam was "Barjezus" d.w.z. "zoon van Jezus".
|
13,7
|
|
Als men de terminologie van Lukas hier vergelijkt met wat hij zegt over de tovenaar Simon (8,9-24) dan blijkt dat hij ook deze Barjezus voor een bedrieger houdt.
|
|
"proconsul Sergius Paulus"
|
Proconsul, lett. propraetor (ἀνθύπτος). Deze titel werd gegeven aan een bestuurder van den senatoriale provincie. Door keizer Augustus werden in 27 vóór Christus de provincies van het Rijk ingedeeld in senatoriale (onder bestuur van de senaat) en keizerlijke (onder bestuur van de keizer). De keizerlijke, waren de onrustige provincies, deze stonden onder het gezag van een propraetor (ἀντιστρατηγος). Cyprus stond van 22 vóór Christus onder de senaat en bleef dat tot onder Hadrianus (117-138). De proconsul Sergius Paulus wordt in enkele inscripties in de oudheid aangetroffen.
Dat zo'n tovenaar in de omgeving van een proconsul zich ophield was in die tijd vrij gewoon.
|
|
"een weldenkend man"
|
Hij was blijkbaar in meer dingen geïnteresseerd dan in wat die Barjezus hem te bieden had.
|
13,8
|
"Elymas"
|
deze naam is geen vertaling van "Barjezus" of van "tovenaar". Alle verklaringen lopen hier stuk om de taalkundige oorsprong van deze naam te verklaren.
|
|
"werkte hen tegen en probeerde proconsul van het geloof af te houden"
|
Waarschijnlijk zal dat erin bestaan hebben dat hij probeerde aan te tonen dat Jezus niet de beloofde Messias kon zijn. Uit hetgeen volgt lijkt af te lijden dat hij niet alleen uit eigenbelang, maar ook uit haat tegen het Christendom handelde. ->wijzen op algemeenheid van de haat tegen het Christendom (wie niet voor Mij is is tegen Mij).
Blijkbaar maakte hij indruk op de Romeinse magistraat.
|
13,9
|
"Paulus"
|
Vanaf hier wordt Saulus door Lukas consequent Paulus genoemd, behalve wanneer er over zijn bekering verhaald wordt. Saulus, had zoals overigens vrij veel voorkwam, naast zijn Hebreeuwse naam "Saulus" een Latijnse bijnaam "Paulus", hij was overigens zelf ook Romeins staatsburger.
Onder invloed van de H. Geest viel Paulus hard uit tegen de tovenaar en sloeg hem met blindheid.
|
13.10
|
|
Paulus ontmaskert hem als een bedrieger en noemt hem een kind van de duivel. Immers de duivel is de vader van de leugens (Joh. 8,44). Hij is de vijand van alle gerechtigheid.
|
13,11
|
"De hand des Heren"
|
Paulus kondigt zijn straf aan.
"De hand des Heren" d.w.z. de macht van de Heer. Hij zal zelfs een tijdlang de zon niet zien, d.w.z. volledig blind zijn. Misschien slaat het tijdelijke niet kunnen zien erop dat hij als hij tot inzicht komt toch weer zal kunnen zien.
|
13,12
|
|
Toen pas kwam de proconsul tot inzicht. Of Sergius enkel theoretisch het Christendom aannam of goed gezind was of het werkelijk aannam en zich ook liet dopen is niet duidelijk. (Ook in 17,34 wordt een bekering zonder doop vermeld) De tekst suggereert het laatste. Vele exegeten weigeren dit aan te nemen vanuit de veronderstelling dat de bekering van zo'n hooggeplaatste Romein ook in de profane literatuur sporen moest hebben nagelaten. Toch is het niet onmogelijk want het Christendom was toen nog iets volslagen nieuw en werd nog niet vervolgd.
|