|
Te Ikonium. (Hand. 14,1-7)
14,1 In Ikonium gingen zij eveneens de synagoge der Joden binnen en spraken zo, dat een groot aantal Joden zowel als Grieken het geloof aannamen.
2 Maar de Joden die zich niet hadden laten overtuigen, hitsten de heidenen op tot vijandigheid tegen de broeders.
3 Wel bleven zij daar geruime tijd en spraken vrijmoedig in vertrouwen op de Heer, die getuigenis gaf voor het woord van zijn genade en door hun handen wondertekenen deed geschieden.
4 Maar tenslotte ontstond er verdeeldheid onder de bevolking van de stad: sommigen hielden het met de Joden, anderen met de apostelen.
5 Toen de heidenen en de Joden samen met hun overheden aanstalten maakten om hen te mishandelen en te stenigen,
6 namen zij, zodra zij dit bemerkten, de wijk naar de Lykaonische steden Lystra, Derbe en hun omstreken.
7 Ook daar predikten zij het Evangelie.
(Hand. 14,1-7)
|
14,1
|
"Ikonium"
|
(heden Konia) ligt op 120 km. ten oosten van Antiochië. Zij ligt in een vruchtbare vlakte aan de voet van het Taurusgebergte. De stad was een belangrijk handelsknooppunt gelegen langs de weg die door de Cilicische poort naar Syrië voert en langs een vertakking van de grote Eufraat-route (de zogenaamde "via regalis").
|
|
"Eveneens"
|
Het was al gewoonte geworden. Weer trekken zij naar de synagoge. En velen nemen het geloof aan (ev. hier verwijzen naar de voorbereiding op de komst van de verlosser en op de verspreiding van het evangelie).
|
|
"Grieken"
|
betekent hier Grieks-sprekende heidenen. Hier hebben de apostelen voor het eerst echt succes. Immers van op Cyprus wordt alleen de bekering van Sergius Paulus gemeld en in Antiochië ondervonden zij enkel een welwillende belangstelling (13,42).
|
14,2
|
"de broeders"
|
dit zijn niet alleen Paulus en Barnabas, maar alle Christenen van Ikonium. Het verzet gaat uit van de Joden, ja het gaat zover dat het tot vijandigheid voert.
Let op: Tegenover Christus kan je normaliter niet neutraal blijven, of je bent voor of je bent tegen.
|
14,3
|
"De Heer die getuigenis gaf voor het woord van zijn genade"
|
Ondanks de verdeeldheid van het volk (14,4) bleven zij daar geruime tijd. Zij spraken vrijmoedig. "De Heer die getuigenis gaf voor het woord van zijn genade": Het woord van Zijn genade dat is de aanduiding voor de boodschap van de apostelen. Nl. de prediking die rechtvaardiging en verlossing brengt.
Nb. genade = vrije bovennatuurlijke gave van God.
|
|
"wondertekenen"
|
lett. "σημεα καὶ τέρατα" (tekenen en wonderen), dit vormde een bevestiging van hun prediking. Het zullen waarschijnlijk voornamelijk wonderbare genezingen zijn geweest. (vgl. 4,29v; 5,15v; 8,6v)
|
14,4
|
|
De heidenen kozen óf partij voor de ongelovige Joden óf voor de apostelen.
|
14,5
|
|
Blijkbaar kwam het niet tot een uitbarsting, maar dreigde deze wel. Het Griekse woord "ὁρμη" betekent: "sterke aandrang, neiging".
Nb. of het enkel de Joodse overheden zijn, of ook de heidense is niet met zekerheid te bepalen, vermoedelijk is het wel het eerste.
|
14,6-7
|
|
De apostelen bleven niet wachten op gevangenname maar vertrokken. Zij gingen allereerst naar Lystra.
|
|