Hand. 21,1-14

Uit Theowiki

Paulus als gevangene en beschuldigde in Palestina. (Hand. 21,1-26,32)

De terugkeer naar Caesarea. (Hand. 21,1-14)

21,1 Nadat wij ons van hen hadden losgerukt en waren weggevaren, koersten we rechtstreeks naar Kos, de volgende dag naar Rodos en vandaar naar Patara.
2 Nadat we hier een schip gevonden hadden dat zou oversteken naar Fenicië, gingen we aan boord en kozen zee.
3 We kregen Cyprus in zicht, maar lieten het links liggen, voeren door naar Syrië en liepen de haven van Tyrus binnen, want daar moest het schip zijn lading lossen.
4 We zochten de leerlingen op en bleven daar zeven dagen. Door de Geest gedreven waarschuwden zij Paulus niet naar Jeruzalem scheep te gaan.
5 Maar toen onze dagen verstreken waren, reisden wij verder, terwijl allen met vrouwen en kinderen, ons wegbrachten tot buiten de stad. Op het strand knielden wij neer, baden
6 en namen afscheid van elkaar. Toen wij aan boord gegaan waren, keerden zij naar huis terug.
7 Na Tyrus legden wij het laatste stuk van onze zeereis af en liepen Ptolemaïs binnen. Wij gingen daar de broeders begroeten en bleven een dag bij hen.
8 's Anderendaags verlieten we de stad en kwamen in Caesarea aan. Hier gingen we naar het huis van de evangelist Filippus, een van de zeven en namen bij hem onze intrek.
9 Hij had vier ongehuwde dochters, die de gave van profetie bezaten.
10 Tijdens ons verblijf aldaar, dat verscheidene dagen duurde, kwam er een profeet uit Judea, een zekere Agabus.
11 Hij trad op ons toe, pakte de gordel van Paulus, bond zich daarmee de handen en voeten en sprak: 'Dit zegt de heilige Geest: Zo zullen de Joden in Jeruzalem de man aan wie deze toebehoort, binden en overleveren in de handen der heidenen.'
12 Toen we dit hoorden, verzochten wij en ook de gelovigen die daar woonden hem dringend niet naar Jeruzalem te gaan.
13 Daarop antwoordde Paulus: 'Waarom tracht ge met uw tranen mijn hart te vermurwen? Ik ben immers bereid mij te Jeruzalem niet alleen te laten boeien, maar er zelfs te sterven voor de naam van de Heer Jezus.'
14 Daar hij zich niet liet overreden, berustten we er in en zeiden: 'De wil des Heren geschiede.'
(Hand. 21,1-14)

21,1 Hier wordt tot vers 18 weer in de "wij"-vorm gesproken. Lukas is blijkbaar in deze periode de metgezel van Paulus. Zie: Wij-stukken.
21,4 Ook in Tyrus treft Paulus Christenen aan. Ook hier overkomt Mozes wat hem al eerder was overkomen (20,23) nl. dat hij gewaarschuwd wordt dat hem in Jeruzalem boeien en verdrukking zou wachten. Deze leerlingen spraken ook door een verlichting van de H. Geest. Zij waarschuwden hem blijkbaar gedreven door hun liefde. Paulus ging echter toch naar Jeruzalem, blijkbaar begreep hij de bedoelingen van de H. Geest beter.
21,5-6 Hier treffen we weer hetzelfde afscheidstoneel aan als in Milete.
21,8 "een van de zeven" De afstand van Ptolemaïs naar Cesarea, ongeveer 50 km. werd over land afgelegd. De eerste Christenen hier waren Cornelius en zijn gezin. (10,1-11,18). Deze Filippus is "één van de zeven" diakens. Hij wordt hier "evangelist" genoemd. (6,5) Hiermee worden evangelie-predikers aangeduid die niet tot de apostelen behoorden. (vgl. Ef. 4,11; 2 Tim. 4,5)
21,9 "Hij had vier ongehuwde dochters, die de gave van profetie bezaten" Er is al gesproken over gave van profetie. Er waren dus ook vrouwen die dit charisma bezaten. Denk aan Myriam, de zus van Mozes (Ex. 15,20), Debora (Rech. 4,4), Chulda (2 Kon. 22,14), Anna (Lc. 2,36). Profetie door vrouwen leidde later in Korinte en Efese tot problemen, waarna Paulus het verbood (1 Kor. 14,34; 1 Tim. 2,12).
21,10 "Agabus" is duidelijk dezelfde profeet die de hongersnood onder keizer Claudius voorspelde (11,27v.)
21,11 Agabus stelt een symbolische handeling zoals Profeten in het O.T. vaak deden. (vgl. Jes. 20,2-4; Jer. 13,1-14; Ez. 4,1-17; Jer. 27,2)
21,12 Het opvallende is dat Agabus Paulus voorspelt wat er gaat gebeuren maar hem niet probeert te weerhouden om te gaan. Het volk en ook Lukas proberen dat wel. Merk op, de leerlingen probeerden ook de Heer te weerhouden om naar Jeruzalem te gaan toen Hij hen voorspelde dat Hij daar zou moeten lijden en sterven.
21,13 Paulus getuigt van zijn bereidheid voor de Heer te sterven.
21,14 De Christenen stemmen er uiteindelijk mee in.