Hand. 23,12-35

Uit Theowiki

Paulus voor de gouverneur en koning in Caesarea. (Hand. 23,12-26,22)

De overbrenging naar Caesarea. (Hand. 23,12-35)

23,12 Toen het dag geworden was, staken de Joden de hoofden bij elkaar en zwoeren een dure eed niet te eten of te drinken totdat ze Paulus hadden gedood.
13 Het waren er meer dan veertig die aan deze samenzwering deelnamen.
14 Ze gingen naar de hogepriester en oudsten en zeiden: 'We hebben een dure eed gezworen niets meer te gebruiken totdat we Paulus gedood hebben.
15 Geeft dus nu aan de bevelhebber en het Sanhedrin te verstaan, dat hij hem bij u moet laten brengen, alsof gij zijn zaak nauwkeuriger wilt onderzoeken. Wij staan dan klaar om hem te doden voordat hij er is.'
16 De zoon van Paulus' zuster hoorde van de hinderlaag, ging de kazerne binnen en bracht Paulus op de hoogte.
17 Hierop riep Paulus een van de officieren en zei: 'Breng deze jongen naar de bevelhebber, want hij heeft hem iets te melden.'
18 Deze nam hem mee, bracht hem naar de bevelhebber met de boodschap: 'De gevangene Paulus riep me bij zich en vroeg mij deze jongen naar u toe te brengen, omdat hij u iets te zeggen heeft.'
19 De bevelhebber pakte hem bij de hand, nam hem terzijde en vroeg: 'Wat heb je mij te melden?'
20 Hij antwoordde: 'De Joden hebben afgesproken u te vragen morgen Paulus naar het Sanhedrin te brengen, onder voorwendsel hem nauwkeuriger te ondervragen.
21 Maar geloof hen niet, want meer dan veertig van hen bereiden hem een hinderlaag en hebben zich onder ede verbonden niet te eten of te drinken, totdat zij hem gedood hebben: en nu staan ze klaar in afwachting van uw toezegging.'
22 De bevelhebber liet de jongen heengaan na hem bevolen te hebben aan niemand te vertellen, dat hij hem hiervan in kennis had gesteld.
23 Hij ontbood daarop twee officieren en zei: 'Houdt tweehonderd soldaten klaar om naar Caesarea te gaan en ook zeventig ruiters en tweehonderd slingeraars, op het derde uur van de nacht;
24 en zorg voor rijdieren om Paulus daarop veilig bij de landvoogd Felix te brengen.'
25 Ook schreef hij een brief van de volgende inhoud:
26 'Claudius, Lysias aan de hoogedele landvoogd Felix: heil!
27 Deze man was door de Joden gegrepen en werd al bijna door hen vermoord, toen ik met mijn troepen ter plaatse kwam en hem ontzette, omdat ik hoorde dat hij een Romein was.
28 Daar ik te weten wilde komen, waarvan zij hem beschuldigden, heb ik hem voor hun Sanhedrin gebracht.
29 Ik kwam tot de bevinding dat de aanklacht tegen hem over twistpunten van hun Wet ging en dat hem niets ten laste werd gelegd waarop doodstraf of gevangenschap staat.
30 Omdat er bij mij aangifte gedaan is, dat er een aanslag op de man gepleegd zal worden, zend ik hem onverwijld naar u toe, en ook zijn aanklagers verwijs ik naar u voor wat zij tegen hem in te brengen hebben Vaarwel!
31 De soldaten haalden dus Paulus volgens ontvangen order op en brachten hem in de nacht naar Antipatris.
32 De volgende dag lieten ze de ruiters met hem verder gaan en keerden naar de kazerne terug.
33 Toen die in Caesarea waren aangekomen en de brief aan de landvoogd hadden overhandigd, leverden ze ook Paulus aan hem af.
34 De landvoogd las de brief en vroeg uit welke provincie hij was. Toen hij vernam dat hij van Cilicië kwam, zei hij:
35 'Ik zal u verhoren, zodra uw aanklagers zijn aangekomen.' Hij gaf order hem in het pretorium van Herodes gevangen te houden.
(Hand. 23,12-35)

23,12 " zwoeren een dure eed niet te eten of te drinken totdat ze Paulus hadden gedood" Een 40-tal Joden legden een bijzondere zware eed af. Zij vervloekten zichzelf als zij zouden eten of drinken voordat de belofte in vervulling zou gaan.
23,15 "dat hij hem bij u moet laten brengen, alsof gij zijn zaak nauwkeuriger wilt onderzoeken" De truuk was natuurlijk om Paulus buiten de burcht te krijgen. Meer dan veertig man zouden de enkele soldaten die Paulus zouden begeleiden wel aankunnen.
"De zoon van Paulus' zuster" Hier wordt voor de enige keer in het N.T. melding gemaakt over bloedverwanten van Paulus. Het is niet absoluut zeker dat de zus van Paulus ook in Jeruzalem woonde. De jongeman (νεανιας) (ca. 20 waarschijnlijk) kon ook alleen in Jeruzalem verblijven om bv. zoals Paulus vroeger een opleiding tot rabbijn te volgen.
23,17-22 De maatregelen van de bevelhebber. Het stilzwijgen dat hij oplegde heeft zeker te maken met het feit dat hij Paulus in het geheim wil overbrengen naar Cesarea.
22,23-24 Paulus wordt overgebracht naar Cesarea naar Felix. De bevelhebber zendt een aanzienlijke troepenmacht mee om hem te beschermen. Dit is niet zo verwonderlijk omdat een moord op een Romeins burger die hij in hechtenis had hem wel eens noodlottig zou kunnen worden. Ze vertrekken om 9 uur 's avonds.
23,26 "Claudius, Lysias" Hier vernemen wij de naam van de bevelhebber.
23,27 De bevelhebber stelt de zaak voor zichzelf zo gunstig mogelijk voor.
23,31v De afstand van Jeruzalem naar Antipatris bedraagt in vogelvlucht 45 km. over de weg 60 km. In één nacht werd hij tot daar gebracht. Het voetvolk kon terugkeren. Ze waren nu ver genoeg van Jeruzalem opdat Paulus relatief veilig zou zijn.
23,33-35 Felix beperkt zijn verhoor tot het vaststellen van welke provincie hij kwam, omdat dit niet in de brief stond. Omdat Paulus niet veroordeeld was door het Sanhedrin en omdat ook de bevelhebber geen schuld vond moest alles opnieuw onderzocht worden. Overigens schreef het Romeinse recht voor dat de verhoren helemaal overgedaan moesten worden wanneer een zaak naar een hogere rechtbank ging.
23,35 "het pretorium van Herodes" Dit was het huis of vesting van Herodes, dat nu als pretorium en gevangenis in gebruik was. Een "pretorium" was oorspronkelijk de tent van de praetor in het legerkamp, later werd het de term om zijn huis aan te duiden.

Dan volgt nu het verhaal van Paulus' gevangenschap gedurende twee jaar in Cesarea.