|
Paulus’ opsluiting in Caesarea. (Hand. 24,24-27)
24,24 Enige dagen later kwam Felix met zijn vrouw Drusilla, die een jodin was, en ontbood Paulus. Hij luisterde naar zijn uiteenzetting over het geloof in Christus Jezus,
25 maar toen Paulus sprak over rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het komende oordeel, werd Felix bang en zei: 'Ga nu maar heen; zodra ik tijd heb, zal ik u weer laten roepen.'
26 Hij hoopte intussen dat hij geld van Paulus zou krijgen, daarom liet hij hem herhaaldelijk komen en onderhield zich met hem.
27 Na verloop van twee jaar werd Felix door Porcius Festus opgevolgd. Omdat hij zich van de dankbaarheid van de Joden wilde verzekeren, liet Felix Paulus in gevangenschap achter.
(Hand. 24,24-27)
|
24,24
|
"Felix met zijn vrouw Drusilla"
|
Over Felix en Drusilla.
|
24,25
|
"rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het komend oordeel"
|
Paulus spreekt niet enkel over "Christus (Messias) Jezus" maar ook over "rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het komend oordeel". Hier gaat het ook duidelijk over Felix' eigen moreel wangedrag. Hij heeft in Drusilla immers de vrouw van een ander en Drusilla is gehuwd met een niet-Jood. De landvoogd werd blijkbaar bevreeesd omdat Paulus over het dreigende oordeel sprak. Denk bv. aan Herodes Antipas die in een gelijkaardige situatie vertoefde en die in verlegenheid raakte als hij met Johannes de Doper sprak. (Mc. 6,20)
|
24,26
|
"Hij hoopte intussen dat hij geld van Paulus zou krijgen"
|
Felix had een bijbedoeling. Hij wilde Paulus eventueel laten vrijkopen. Omdat Paulus een aanzienlijk bedrag naar Jeruzalem gebracht had heeft hij misschien in de waan verkeerd dat Paulus een rijk man was of rijke volgelingen had.
|
24,27
|
"Na verloop van twee jaar werd Felix door Porcius Festus opgevolgd"
|
Paulus twee jaar gevangen bij Felix. Felix die door Nero wordt teruggeroepen in 60 wordt opgevolgd door Porcius Festus. Deze landvoogd wordt positief beoordeeld door Flavius Josephus, Antiq. 20,8,9; Bell. Jud. II,14,1. Hij kon de misstappen van Felix tegen het Joodse volk dat steeds meer zich tegen de Romeinen keerde niet meer rechtzetten en stierf al in 62.
|
|