De genezing van een lamme. (3,1-11)
Het eerste wonder uit de Handelingen onderlijnt wat eerder gezegd werd over de uitstorting van de H. Geest in de eindtijd. (2,19.43)
3,1 Petrus en Johannes gingen eens naar de tempel op het uur van gebed, het negende uur.
2 Daar was een man die vanaf zijn geboorte lam was en iedere dag naar de tempelpoort gedragen werd, die de Schone genoemd wordt, om daar aalmoezen te vragen aan de mensen die de tempel binnengingen.
3 Toen hij Petrus en Johannes zag, die juist de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes.
4 Petrus, evenals Johannes, zag hem strak aan en zei: 'Kijk ons eens aan.'
5 Hij richtte zijn blik op hen in de verwachting iets van hen te krijgen.
6 Doch Petrus sprak: 'Zilver of goud heb ik niet; maar wat ik heb geef ik u. In de naam van Jezus Christus de Nazoreeër: gebruik uw voeten!'
7 Hij pakte hem bij zijn rechterhand en hielp hem overeind. Op hetzelfde ogenblik kwam er kracht in zijn voeten en enkels,
8 met een sprong stond hij overeind, begon te lopen en ging lopend en springend met hen de tempel binnen, terwijl hij God verheerlijkte.
9 Heel het volk zag dat hij liep en God verheerlijkte.
10 Zij herkenden hem als de man die altijd bij de Schone Poort van de tempel zat te bedelen, en waren buiten zichzelf van verbazing over hetgeen met hem gebeurd was.
11 Terwijl hij zich aan Petrus en Johannes vastklampte, liep al het volk verbaasd rond hen te hoop in de Zuilengang van Salomo.
(Hand. 3,1-11)
|
3,1
|
"het uur van gebed, het negende uur"
|
Dit was het uur van het avondoffer, dat rond drie uur in de namiddag begon en waaraan veel Joden deelnamen. Het duurde tot zonsondergang. In het verhaal is Johannes een niet-actieve maar stille getuige van het gebeuren. Hij is de tweede getuige van dit wonder voor het Sanhedrin (4,20).
|
3,2
|
"die vanaf zijn geboorte lam was en iedere dag naar de tempelpoort gedragen werd"
|
|
|
"de tempelpoort, die de Schone genoemd wordt"
|
Deze naam is onbekend in Joodse bronnen. Men neemt aan dat het Nicanor-poort (of Korintische poort) was. Deze poort was van Korintisch brons gemaakt en scheidde de voorhof van de vrouwen af van de voorhof van de heidenen. Architectonisch was de poort zeer geslaagd en werd druk gebruikt zodat het een goede plek was om te bedelen.
|
3,3
|
"vroeg hij om een aalmoes"
|
Een van de elementen waarom het volk de Christenen respecteerde was omdat zij graag aalmoezen gaven. (2,44-47; 4,32-35) Misschien kende hij hen wel omdat ze dagelijks de tempel bezochten.
|
3,4-5
|
"Hij richtte zijn blik op hen"
|
In dit kleine gebaar van gehoorzaamheid zien de apostelen blijkbaar een teken van zijn innerlijke gesteldheid en openheid van de bedelaar, die overigens niet dacht aan genezing, voor wat zij willen geven.
|
3,6
|
"in de naam van Jezus Christus"
|
"Naam" en "kracht" zijn parallelle begrippen (zie 4,7). Petrus' aanroeping van de naam van de Heer verleent hem de kracht om de genezing te bewerken. De naam is niet een magische toverformule maar een middel waardoor de hemelse Jezus direct kan handelen in deze wereld. Deze handeling veronderstelt de belijdenis in Jezus' naam. (4,10)
Ook Jezus deed wonderen om Zijn zending te onderlijnen (Lk. 7,22) en ze zelf hadden bij hun eerste missietocht, ten tijde van Jezus leven, de opdracht en macht gekregen om wonderen te doen (Lk. 9,1.6). De leerlingen zijn blijkbaar bewust dat zij van de Heer een gelijkaardige kracht ontvangen hebben en ze gebruiken ze ook. Hier is het een zichtbaar teken van de komst van het Rijk Gods.
|
3,8
|
|
De genezing en uitwerking bij de "lamme" worden levendig beschreven.
|
3,9-10
|
|
Het merkwaardige gedrag van de genezene maakt de toeschouwers attent op hem en tot hun verbazing herkennen zij de "lamme". Wij vinden de gebruikelijke reactie van de toeschouwers.
|
3,11
|
"de zuilengang van Salomo"
|
De apostelen begaven zich naar "de zuilengang van Salomo". De buitenste voorhof van de tempel, of de voorhof van de heidenen was omgeven door een muur die aan de binnenkant voorzien was van een zuilengang. De oostelijke kant heette de zuilengang van Salomo, daarin was de zogenaamde Susanpoort die toegang gaf op het plein vanaf het Kedron-dal. Koning Salomo had het terrein ten oosten van de eigenlijke tempel laten aanvullen en het zo gevormde plein laten omgeven door zuilengangen. Deze zuilengangen werden vrij zeker verwoest in -586 bij de verovering van Jeruzalem door de Babyloniërs. Bij de heropbouw van de tempel kregen ze weer de oude naam. Op deze plaats kwam men luisteren naar de schriftgeleerden. Ook Jezus wandelde daar bij gelegenheid van het feest van tempelwijding dat in de winter viel (Joh. 10,22). De jonge Christenheid uit Jeruzalem koos deze plek uit als de gewone plaats van samenkomst. (5,12)
|
|