De Joden handelden uit onwetendheid. (3,17-18)
3,17 Maar ik weet, broeders, dat gij in onwetendheid gehandeld hebt, evenals uw overheden.
18 Maar wat God tevoren had aangekondigd bij monde van alle profeten, dat zijn Messias zou sterven, heeft Hij zo in vervulling doen gaan.
(Hand. 3,17-18)
|
3,17
|
"broeders"
|
Nadat hij hun schuld aan de kaak gesteld heeft excuseert Petrus zijn toehoorders alvorens over te gaan tot het praktische doel van zijn toespraak, nl. de toehoorders aansporen tot boete en bekering. Hij spreekt hun toe met het vertrouwelijke "broeders"
|
3,18
|
"wat God tevoren had aangekondigd bij monde van alle profeten dat zijn Messias zou sterven"
|
De enige verontschuldiging voor hen is hun onwetendheid, waaraan de apostolische verkondiging een eind maakt. Een zekere bemoediging van zijn Joodse toehoorders vindt Petrus in het verwijzen naar de vervulling van de schriften: "wat God tevoren had aangekondigd bij monde van alle profeten dat zijn Messias zou sterven".
Ook al wisten de Joden en de overheden het niet ze werkten mee aan de vervulling van Gods plan. Judas was ook een werktuig in Gods plan, maar toch is hij schuldig. Mt. 26,64: "Wel gaat de Mensenzoon heen, zoals van Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon wordt overgeleverd! Het zou beter voor hem zijn als hij niet geboren was, die mens!"
|
3,18
|
"Messias"
|
Messias en Messiasverwachting
|
3,18
|
"alle profeten"
|
hiermee bedoelt hij zeker niet alle profeten individueel, maar het hele corpus van de profeten als geheel, dat het lijden van de Messias voorspelt. Let wel binnen het Jodendom werden deze teksten over het lijden van de Messias compleet verwaarloosd. Zij dachten m.n. aan de Messias-koning die komen zou.
Deze verwijzing naar de lijdensprofetieën hielp Petrus om de aanstoot en ergernis die de kruisdood is (vgl. 1 Kor. 1,23) te verzachten of weg te nemen.
|
|