Hand. 5,1-11

Uit Theowiki

Ananias en Saffira. (5,1-11)

Het verhaal van Ananias en Saffira is het enige voorbeeld in het N.T. van een straffend wonder. In Mt. 21,19 laat Jezus een vijgeboom op slag verdorren. Dit is echter geen straf voor iemand. In Lc. 9-54-55 vermaant Hij de apostelen Jacobus en Johannes omdat zijn vuur van de hemel willen doen neerdalen om een aantal Samaritanen te straffen die hen niet willen helpen.
Een straffend wonder is een wonder dat goddelijke geboden onderlijnd door óf iemand te redden die het verdiend of door de schuldige te staffen. De schuld van Ananias is geen andere dan het ontkennen van de werking/aanwezigheid van de H. Geest in de Kerk door de Kerk te beliegen (3,8) en daardoor de Satan te dienen die zich verzet tegen het getuigenis van de Geest.
Het is niet geheel duidelijk wat nu precies de zonde is: (1) het achterhouden van het geld of (2) het liegen tegen God.

5,1 Nu was er een man, Ananias genaamd, die in overleg met zijn vrouw Saffira een stuk grond verkocht.
2 Met haar medeweten hield hij echter iets van de opbrengst achter en bracht dus slechts een gedeelte mee om het aan de voeten der apostelen neer te leggen.
3 Daarop zei Petrus: 'Ananias, waarom heeft de satan bezit genomen van uw hart, zodat ge de heilige Geest bedriegt en van de opbrengst van uw land iets achterhoudt?
4 Bleef het soms niet uw eigendom zolang het onverkocht was, en stond ook daarna nog de opbrengst niet tot uw beschikking? Hoe is zoiets bij u opgekomen? Ge hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.'
5 Bij het horen van de ze woorden viel Ananias neer en stierf. Een grote vrees maakte zich meester van allen die dit vernamen.
6 De jonge mannen stonden op en wikkelden hem in doeken. Zij droegen hem naar buiten en begroeven hem.
7 Een uur of drie later kwam zijn vrouw binnen, zonder iets van het gebeurde te weten.
8 Petrus richtte zich tot haar met de vraag: 'Zeg me of ge het land voor zoveel verkocht hebt?' Zij antwoordde: 'Ja, voor zoveel.'
9 Toen sprak Petrus tot haar: 'Hoe hebt ge met elkaar kunnen afspreken de Geest des Heren op de proef te stellen? Ik hoor de voetstappen van hen die uw man begraven hebben al bij de deur en nu zullen zij ook u wegdragen.'
10 Terstond viel zij aan zijn voeten neer en stierf. Toen de jonge mannen binnenkwamen, vonden zij haar dood. Ze droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man.
11 Een grote vrees maakte zich van de hele Kerk meester en van allen die het vernamen.
(Hand. 5,1-11)

5,2 "hield hij ... achter" Hier wordt het zeldzame ἐνοσφίσατο gebruikt dat in de LXX ook gebruikt wordt voor de zonde van Achan in Joz. 7,1. [Hij nam iets van de buit van Jericho en werd met de dood -door steniging- gestraft]. Het kan een latere opsmukking zijn door iemand die "het achterhouden" zag als de zonde (niet die tegen de H. Geest).
5,3 "Satan" De Satan komt in conflict met de H. Geest, net zoals dat in het leven van Jezus gebeurde (Lc. 4,1-2).
5,4 Het verwijt van Petrus kan uit de pen van Lc. komen. Hij onderlijnt dat de verkoop van eigendom en het afstaan van de opbrengst helemaal vrijwillig gebeurt. Het algemene gebruik (4,34) was een teken van de vurigheid van de Geest in de eerste Kerk. Dit vers situeert de zonde in de leugen!
5,5 "vrees" Zo eindigen alle straffende wonderen.
5,6 Dit vers maakt de overgang naar het verhaal van Saffira mogelijk. Wij vinden het weer als een soort refrein in 5,10.

Hier vinden wij kennelijk informatie over het gebruik (minstens in Palestijns-Christelijke kringen) dat de jongemannen de taak van de lijkverzorging, enz. op zich namen.

5,11 "Kerk" Hier wordt voor de eerste keer in de Hand. de term "Kerk " of ἐκκλησια gebruikt. Hier wordt het woord gebruikt voor de plaatselijke groep gelovigen (vgl. 8,1;9,31).

Het stuk leert ons overigens ook iets over de plaats van de apostelen in de eerste gemeente en van Petrus in het bijzonder. Let wel hij heeft nergens een straf of dood over hen uitgesproken.
Merk ook op dat met geen woord over het eeuwig lot van de gestraften gesproken wordt.